Deel deze pagina

Verzenden

Kosten van openbare waterzuivering

Drinkwatermaatschappijen leveren niet alleen drinkwater, ze moeten ook voorzien in collectieve maatregelen om het afvalwater te transporteren, te verzamelen en te zuiveren. Met het oog op het behoud van de kwaliteit van het geleverde drinkwater, zijn de drinkwatermaatschappijen immers saneringsplichtig. Hiermee werd een eerste aanzet gegeven tot het aanrekenen van een redelijke bijdrage in de kosten van de waterdiensten (incl. de hulpbron- en milieukosten) aan de gebruikers van deze diensten, een vereiste van de Europese kaderrichtlijn Water. Daarom betalen de verschillende gebruikers een bijdrage in de kosten van deze waterdienst via de integrale drinkwaterfactuur en/of de heffing op de waterverontreiniging.

De saneringsplicht van de drinkwatermaatschappijen betekent niet dat zij autonoom kunnen beslissen waar welke maatregelen genomen moeten worden. Via contracten tussen de drinkwatermaatschappijen enerzijds en de gemeenten en het Vlaams Gewest anderzijds worden de verantwoordelijkheden van de drinkwatermaatschappijen duidelijk gestipuleerd. In de contracten met de gemeenten worden concrete afspraken gemaakt over het inzamelen van het afvalwater omdat dit typisch de gemeentelijke saneringsverplichting uitmaakt. Voor het transport en het zuiveren van het afvalwater, de zogenaamde bovengemeentelijke saneringsverplichting, hebben de drinkwatermaatschappijen een contract afgesloten met Aquafin.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Bijdrage van gezinnen en bedrijven in de kosten voor openbare waterzuivering

In 2010 was de bijdrage in de kosten voor de bovengemeentelijke afvalwatersanering door de gezinnen en de bedrijven die niet lozen in oppervlaktewater via de heffing op de waterverontreiniging en via de bovengemeentelijke saneringsbijdrage (excl. BTW) gestegen tot ongeveer 80 %, de BTW-lasten buiten beschouwing gelaten. Door de termijn waarbinnen de investeringen terugbetaald moeten worden aan de NV Aquafin van 15 jaar op 30 jaar te brengen, daalde de jaarlijkse vergoeding van de NV Aquafin. Hierdoor maakte het Vlaams Gewest budget vrij om gedurende 7 jaar jaarlijks 100 miljoen euro te investeren in gemeentelijke saneringsprojecten en om de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur te centraliseren bij Aquafin NV. Door de stijgende kosten verbonden aan de toenemende infrastructuur daalde de bijdrage van gezinnen en bedrijven in 2012 terug tot 68 %, een niveau dat ook in 2013 (67 %) en 2014 (68 %) behouden is. In de periode 2006 – 2009 steeg het eenheidstarief van de heffing met 38 % en dat van de bovengemeentelijke bijdrage met 28 %. Waarna beide tarieven tot en met het jaar 2014 de index volgden. In het jaar 2015 werd een stijging van het eenheidstarief van de heffing met 15 % en een stijging van het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage met 26 % doorgevoerd. Door deze tariefstijgingen steeg de bijdrage van de gezinnen en bedrijven in de kosten voor de bovengemeentelijke afvalwatersanering opnieuw tot 75 % in 2015. Om de drinkwaterfactuur onder controle te houden voorziet het Vlaams Gewest eveneens in een financiële tussenkomst in de bovengemeentelijke saneringskosten. Sinds 2014 rekenen de drinkwatermaatschappijen aan de privaat waterwinnende bedrijven ook een bovengemeentelijke vergoeding aan voor de sanering van het afvalwater afkomstig van dit privaat gewonnen water. Voorheen verliep de aanrekening van de saneringskosten voor dit afvalwater via de heffing op waterverontreiniging, gevestigd door de VMM.

Ook de kosten voor de gemeentelijke sanering worden grotendeels gedragen door de gezinnen en bedrijven enerzijds en door het Vlaams Gewest anderzijds. Via de integrale drinkwaterfactuur werd in 2005 28 miljoen euro (excl. BTW) aan gemeentelijke bijdrage aangerekend aan de drinkwatergebruikers. In 2015 bedroeg de totale gefactureerde gemeentelijke bijdrage en vergoeding al 384 miljoen euro. Jaarlijks wordt ook een budget ter beschikking gesteld op het MINA-fonds voor de subsidiëring van de uitbouw van het gemeentelijk rioleringsnet en de gemeentelijke kleinschalige waterzuiveringsinstallaties. Dat budget bedroeg in totaal 127 miljoen euro in 2014, 78 miljoen euro in 2015 en voor 2016 wordt meer dan 130 miljoen euro voorzien.

Voor 287 van de 308 gemeenten (93 % van de Vlaamse bevolking) kon nagegaan worden in welke mate de gemaakte kosten gedekt worden door de opbrengsten zijnde de gemeentelijke saneringsbijdrage en –vergoeding en de andere saneringsgerelateerde opbrengsten (bv. gewestelijke subsidies). De gemiddelde kostendekkingsgraad voor Vlaanderen bedraagt 126 %. Voor de gemeenten die het rioolbeheer zelf uitvoeren, bedraagt de verhouding tussen de totale opbrengsten en kosten 114 %. Voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden varieert de kostendekkingsgraad tussen 103 % en 214 %. De regelgeving bepaalt dat deze overschotten terug moeten vloeien naar investerings- of exploitatiekosten voor de riolering. Het kan dus gereserveerd worden of overgedragen worden naar het volgende boekjaar.

Stijgende tarieven voor bijdrage aan sanering afvalwater

Globaal is de gemiddelde integrale drinkwaterprijs1 in de periode 2005-2015 met 100 % gestegen. Terwijl de prijs voor de productie en levering van drinkwater met ongeveer 25 % toenam en de bovengemeentelijke bijdrage een stijging van 83 % kende, steeg de gemeentelijke bijdrage in deze periode met 789 %. De stijging van de gemeentelijke saneringsbijdrage situeert zich vooral in de periode 2005-2008. In die periode werd doorgaans de gemeentelijke saneringsbijdrage ingevoerd en/of opgetrokken tot het niveau van de bovengemeentelijke bijdrage of tot op het maximumtarief (1,4*bovengemeentelijke bijdrage). Uiteraard dient dit te worden gezien in het licht van de enorme inspanningen die op gemeentelijk niveau nog geleverd moeten worden om te voldoen aan de Europese verplichtingen. De uitbouw en het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur vormt één van de grootste milieu-uitdagingen voor Vlaanderen in de komende jaren. In de periode 2010-2015 steeg de integrale waterfactuur voor een gemiddeld gezin in Vlaanderen met 28 %. Het laatste jaar (2014-2015) bedraagt de stijging 12 %. In 2015 heeft de productie en levering van drinkwater een aandeel van 39 % in de integrale waterfactuur, de gemeentelijke saneringsbijdrage is goed voor 34 % van de drinkwaterfactuur, de bovengemeentelijke saneringsbijdrage voor 27 %.

Financieringstekort rioleringen

De VMM beschikt over een financieringsmodel dat toelaat om de uitgaven in te schatten van zowel de exploitatie als de uitbouw van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur conform de zoneringsplannen. De berekening van de theoretisch geldende onkosten voor de rioleringen en de opbrengsten uit de waterfactuur geeft op basis van de huidige gegevens aan dat er voor Vlaanderen een aanzienlijk tekort is van circa 4 miljard euro voor de periode 2013 - 2027. Het zijn vooral de kleinere, landelijke gemeenten met een beperkte bevolkingsgraad die aankijken tegen de hoogste tekorten.

Financierende heffing

Eind 2012 werd een financierende component van de heffing op waterverontreiniging ingevoerd voor bedrijven die hun afvalwater lozen op de riolering. Dit houdt in dat de verwerkbaarheid van het bedrijfsafvalwater door een openbare waterzuiveringsinstallatie (RWZI) in rekening gebracht wordt bij de berekening van de heffing. Voor slecht verwerkbaar afvalwater moet extra betaald worden, voor goed verwerkbaar afvalwater niet. Voor complementair afvalwater, dat een gunstig effect heeft op de werking van een RWZI, wordt zelfs een korting in rekening gebracht.

Door een aanrekening van de veroorzaakte kosten via de financierende heffing wordt het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toegepast. Om de transparantie van de aanrekening te verhogen, werd vanaf 2014 ook de integrale waterfactuur voor de bedrijven ingevoerd. Voor meer informatie over de financierende heffing: http://heffingen.be/gemeenschappelijk-landbouw-onderneming/nieuwe-maatregelen-vanaf-2013 .

De aanrekening van de specifieke kosten voor de lozing van bedrijfsafvalwater op de openbare infrastructuur gebeurt via het afsluiten van een saneringscontract tussen een bedrijf en Aquafin NV. Deze contracten bestaan voor permanente lozingen, tijdelijke lozingen, noodlozingen en bronbemalingen. Via een saneringscontract voor een permanente lozing kunnen bedrijven waarvoor in principe een afkoppeling van de collectieve saneringsinfrastructuur aan de orde is, blijven lozen op de openbare saneringsinfrastructuur door de specifieke kosten te vergoeden die de zuivering van hun afvalwater veroorzaakt. De contracten voor tijdelijke lozingen en noodlozingen geven bedrijven die normaal op oppervlaktewater lozen de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden tijdelijk op de openbare infrastructuur te lozen.

 

1 Bij een gemiddeld gezin van 2,33 gedomicilieerde personen met een gemiddeld leidingwaterverbruik van 84m³.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht