Deel deze pagina

Verzenden

Zuurstof en nutriënten in het oppervlaktewater

Voldoende opgeloste zuurstof (O2) in het water is een belangrijke voorwaarde voor een divers ecosysteem. Te veel nitraat (NO3) en/of fosfaat (PO4) in het oppervlaktewater kan leiden tot overmatige algenbloei waardoor bijvoorbeeld de zichtbaarheid sterk afneemt.

De kwaliteitsbeoordeling gebeurt op het niveau van een waterlichaam en hier enkel voor de Vlaamse waterlichamen. Dat zijn de grotere eenheden oppervlaktewater in Vlaanderen, waarover gerapporteerd wordt aan de Europese Commissie (namelijk lichamen met een afstroomgebied van meer dan 50 km2). Deze waterlichamen worden beoordeeld aan de hand van een meerjarenstatistiek, namelijk het aggregaat (bv. het gemiddelde) van de laatste drie jaar voor één of meer representatieve meetpunten binnen het waterlichaam (de zogenaamde operationele meetpunten). Deze meerjarenstatistiek maakt een robuustere opvolging van trends mogelijk. Voor elk waterlichaam wordt de meerjarenstatistiek getoetst aan de typespecifieke norm. Bij de verwerking van de gegevens werden een aantal rekenregels toegepast voor de berekening van de aggregaten. Zo zijn bijvoorbeeld de gemiddelde concentraties voor Vlaanderen het gemiddelde van de jaargemiddelde concentraties per waterlichaam, meer bepaald voor die waterlichamen waarvoor een norm is voor de parameter in kwestie.

Als in een bepaald jaar een waterlichaam niet beoordeeld wordt, wordt tot maximaal 6 jaar teruggekeerd in de tijd om een beoordeling te extrapoleren. Omdat er niet voor alle waterlichamen voor elke parameter een norm is en/of metingen beschikbaar zijn, kan voor veel parameters het percentage waterlichamen dat voldoet nooit 100% zijn. In de eerste set van drie figuren is daarom ook het percentage niet-beoordeelde waterlichamen weergegeven.

De laatste figuur geeft de resultaten van een statistische trendanalyse per meetplaats. Daarbij wordt voor de operationele meetpunten eerst nagegaan of er een significante trend is over de periode 2007-2016 (betrouwbaarheid 95 %) en als dat het geval is, wordt ook de grootte van de trend bepaald. Vervolgens worden de meetpunten verdeeld in klassen op basis van de relatieve grootte van de trend.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Verbetering zet zich de laatste jaren niet meer door

De gemiddelde concentraties zuurstof, fosfaat en nitraat zijn opmerkelijk verbeterd ten opzichte van het begin van de jaren ‘90. Die positieve evolutie is te danken aan de daling van de belasting van het oppervlaktewater. Maar, die gunstige evolutie heeft zich de laatste jaren niet doorgezet.

Fosfor blijft een grote uitdaging. In 2016 voldeed slechts 14 % van de Vlaamse waterlichamen aan de norm voor opgelost fosfaat. Voor totaal fosfor lag dat percentage nog lager (6 %).

De resultaten van de statistische analyse per meetplaats over de periode 2007-2016 geven aan dat de zuurstof- en nitraatconcentraties op ongeveer 40 % van de operationele meetplaatsen significant verbeterden. Voor fosfaat ligt dat percentage rond 35 %. Een aanzienlijk deel van de meetplaatsen vertoont echter geen trend en een minderheid vertoont zelfs een achteruitgang. De trends voor de gemiddelde concentraties van de Vlaamse waterlichamen doen zich dus niet overal en in dezelfde mate voor. Bovendien zijn de percentages meetplaatsen met een gunstige trend in de periode 2007-2016 wat lager dan die uit de periode 2006-2015.

Om de zuurstof- en nutriëntenconcentraties verder te verbeteren is het nodig de openbare waterzuivering verder uit te breiden en te verbeteren. Daarnaast is er vooral nog een reductie van de verliezen vanuit de landbouw nodig. Daarbij verdient de fosforproblematiek bijzondere aandacht.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht