Deel deze pagina

Verzenden

Ecologische toestand

 

De Europese kaderrichtlijn Water stelt als doel de “goede toestand” voor de waterlichamen voorop. Voor natuurlijke oppervlaktewateren betekent dit onder meer een goede ecologische toestand. Voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewateren kunnen de doelstellingen lager liggen (= goed ecologisch potentieel). De biologische kwaliteitselementen fytoplankton, macrofyten, fytobenthos, macro-invertebraten en vissen en een aantal hydromorfologische, chemische en fysisch-chemische parameters bepalen de ecologische toestand. Bij de eindbeoordeling worden de waterlichamen ingedeeld in klassen (“zeer goed”, “goed”, “matig”, “ontoereikend” en “slecht”). Daarbij bepaalt de minst goede score de eindscore (“one out all out”). Belangrijke bemerkingen hierbij:
    • Een overschrijding van de norm door de specifiek verontreinigende stoffen of de algemene fysisch-chemische parameters (samen de “fysisch-chemische kwaliteit”) kan de goede ecologische toestand of het goed ecologisch potentieel tot de beoordeling ‘matig’ reduceren. Mede daarom vallen alle waterlichamen die voor de fysisch-chemische kwaliteit niet “goed” of “zeer goed” scoren, steeds onder de klasse “matig”.
    • Voor het ecologisch potentieel is de best mogelijke toestand “goed”.
    • De resultaten van de hydromorfologische beoordeling hebben voor de ecologische toestand enkel invloed op het onderscheid tussen de klassen “goed” en “zeer goed”. Op de beoordeling van het ecologisch potentieel hebben de resultaten van de hydromorfologische beoordeling geen invloed.
    • Soms zijn bepaalde biologische kwaliteitselementen niet relevant (bv. fytoplankton in snelstromende waterlichamen) of ontbreken de nodige gegevens. Hierdoor verschilt het aantal beoordeelde waterlichamen per kwaliteitselement. In die gevallen wordt het kwaliteitselement in kwestie ook niet in rekening gebracht bij de eindbeoordeling.

De hier gerapporteerde resultaten zijn gebaseerd op de analyses die gebeuren in het kader van de opmaak van het Wateruitvoeringsprogramma 2016 dat informeert over de stand van zaken van de uitvoering van het maatregelenprogramma bij de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Vlaamse waterlichamen, dit zijn de grotere waterlichamen, en de lokale waterlichamen van eerste orde, dit zijn kleinere waterlichamen.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Goede ecologische toestand en goed ecologisch potentieel nog veraf

Geen enkel van de 195 beoordeelde Vlaamse waterlichamen haalt de goede ecologische toestand (of potentieel) en 23 % haalt een matige ecologische toestand (metingen 2010-2015). De afstand tot de doelstelling van de kaderrichtlijn Water is dus nog erg groot. Slechts één Vlaams waterlichaam haalt de doelstelling voor de fysisch-chemische kwaliteit. Van de algemene fysisch-chemische parameters is fosfor totaal het vaakst problematisch. Van de biologische kwaliteitselementen halen fytoplankton, macro-invertebraten en fytobenthos relatief het vaakst de doelstelling, dat is in respectievelijk 48, 28 en 23 % van de beoordeelde waterlichamen het geval. Het percentage dat de doelstelling haalt voor vissen ligt erg laag (9 %).

Het algemeen beeld van de ecologische toestand (of potentieel) van de lokale waterlichamen van de eerste orde lijkt erg op dat van de Vlaamse waterlichamen. Toch is er één lokaal waterlichaam dat het goed ecologisch potentieel haalt. Merk op dat de percentages niet-beoordeelde waterlichamen hier meestal gevoelig hoger liggen dan bij de Vlaamse waterlichamen en dat fytoplankton voor geen enkel lokaal waterlichaam van de eerste orde relevant is.

Van de 501 waterlichamen, Vlaamse en lokale eerste orde samen, bevindt 80 % zich in een slechte of ontoereikende ecologische toestand, bijna 20 % scoort matig.

Lichte verbetering van de biologische kwaliteitselementen

Bekijken we enkel de waterlichamen die zowel in de periode 2007-2009 als in de periode 2010-2015 beoordeeld werden, dan blijken de resultaten voor de biologische kwaliteitselementen te zijn verbeterd. Zo is het percentage waterlichamen met een slechte toestand voor alle biologische kwaliteitselementen gedaald en is het percentage in een goede toestand duidelijk toegenomen. De snelheid waarmee de verbetering zich voltrekt, lijkt echter ruim onvoldoende om alle waterlichamen tegen 2027 in een goede toestand te brengen.

Om de doelafstand te verkleinen zal Vlaanderen nog forse inspanningen moeten leveren, vooral inzake de aanpak van de stikstof- en fosforverliezen uit de landbouw, de verdere uitbouw en verbetering van de openbare waterzuivering en de verbetering van de hydromorfologische kwaliteitselementen.

In principe moesten de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water gehaald worden in 2015. Er zijn echter bepaalde omstandigheden waarbij afwijkingen van de doelstelling mogelijk zijn. Zo motiveren de eerste generatie stroomgebiedbeheerplannen (2010-2015) van Schelde en Maas voor de meeste waterlichamen een termijnverlenging wegens technische onhaalbaarheid. Ook in de stroomgebiedbeheerplannen van de tweede generatie (2016-2021) wordt voor de meeste waterlichamen termijnverlenging gemotiveerd wegens technische onhaalbaarheid, disproportionele kosten en/of natuurlijke omstandigheden. Strikt genomen is een achteruitgang van de toestand niet toegestaan. Er zijn echter een aantal gevallen van overmacht (bv. calamiteiten) mogelijk waarbinnen een tijdelijke achteruitgang van de toestand kan, mits de nodige milderende acties en bijkomende monitoring voorzien worden. Ook lagere doelstellingen zijn mogelijk, maar in de eerste en tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen werd hier nog geen gebruik van gemaakt. Aan alle afwijkingen zijn evenwel strikte voorwaarden gekoppeld.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht