Deel deze pagina

Verzenden

Ecologische toestand

 

De Europese kaderrichtlijn Water stelt als doel de “goede toestand” voorop voor de waterlichamen. Voor natuurlijke oppervlaktewateren betekent dit onder meer een goede ecologische toestand. Voor kunstmatige en sterk veranderde oppervlaktewateren kunnen de doelstellingen lager liggen (= goed ecologisch potentieel). De biologische kwaliteitselementen fytoplankton, macrofyten, fytobenthos, macro-invertebraten en vissen en een aantal hydromorfologische, chemische en fysisch-chemische parameters bepalen de ecologische toestand. Bij de eindbeoordeling van een waterlichaam bepaalt de minst goede score de eindscore (“one out all out”’). Belangrijke bemerkingen hierbij:
  • De specifiek verontreinigende stoffen en de algemene fysisch-chemische parameters (samen de “fysisch-chemische kwaliteit”) kunnen de ecologische toestand of het ecologisch potentieel niet minder goed dan matig maken. Mede daarom vallen alle waterlichamen die voor de fysisch-chemische kwaliteit niet “goed” of “zeer goed” scoren, steeds onder de klasse “matig”.
  • Voor het ecologisch potentieel is de best mogelijke toestand “goed”.
  • De resultaten van de hydromorfologische beoordeling hebben voor de ecologische toestand enkel invloed op het onderscheid tussen de klassen “goed” en “zeer goed”. Op de beoordeling van het ecologisch potentieel hebben de resultaten van de hydromorfologische beoordeling geen invloed.
  • Soms zijn bepaalde biologische kwaliteitselementen niet relevant (bv. fytoplankton in stromende waterlichamen) of ontbreken de nodige gegevens. Hierdoor verschilt het aantal beoordeelde waterlichamen per kwaliteitselement. In die gevallen wordt het kwaliteitselement in kwestie ook niet in rekening gebracht bij de eindbeoordeling.
De hier gerapporteerde resultaten zijn gebaseerd op de analyses die gebeuren in het kader van de opmaak van de stroomgebiedbeheerplannen. In de eerste generatie stroomgebiedbeheerplannen werd de toestand voor 2005-2007 geanalyseerd, in de tweede generatie was dat 2010-2012. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Vlaamse waterlichamen, dit zijn de grotere watersystemen, en de lokale waterlichamen van eerste orde, dit zijn kleinere waterlichamen. Enkel voor de Vlaamse waterlichamen kunnen al evoluties gerapporteerd worden.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Goede ecologische toestand en goed ecologisch potentieel nog veraf

Geen enkel van de 194 beoordeelde Vlaamse waterlichamen haalt de goede ecologische toestand (of potentieel) en nog geen 20 % haalt een matige ecologische toestand (metingen 2010-2012). De afstand tot de doelstelling van de kaderrichtlijn Water is dus nog erg groot. Ook geen enkel Vlaams waterlichaam haalt de doelstelling voor de fysisch-chemische kwaliteit. Van de algemene fysisch-chemische parameters is fosfor totaal het vaakst problematisch. Van de biologische kwaliteitselementen halen fytoplankton en macro-invertebraten relatief het vaakst de doelstelling, dat is in respectievelijk 43 en 26 % van de beoordeelde waterlichamen het geval. De percentages waterlichamen die de doelstellingen halen voor vissen (7 %) en macrofyten (5 %) , zijn erg laag.

Het algemeen beeld van de ecologische toestand (of potentieel) van de lokale waterlichamen van de eerste orde lijkt erg op dat van de Vlaamse waterlichamen. Voor hydromorfologie scoren de lokale waterlichamen iets beter, voor fytobenthos, macrofyten en vissen wat slechter.

Van de 499 beoordeelde waterlichamen, Vlaamse en lokale eerste orde, bevindt 54 % zich in een slechte ecologische toestand, 30 % scoort ontoereikend en 16 % matig. Geen enkel waterlichaam beantwoordt aan de criteria voor de goede of zeer goede ecologische toestand (of potentieel).

Er lijkt weinig evolutie van de eindbeoordeling te zijn opgetreden in vergelijking met de periode 2005-2007. Maar, die vergelijking wordt bemoeilijkt omdat de individuele kwaliteitselementen voor de periode 2010-2012 in meer waterlichamen beoordeeld werden. Bovendien werd voor fytpolankton een andere methode toegepast. Voor de vier overige biologische kwaliteitselementen is een zinvolle vergelijking wel mogelijk waarbij enkel de waterlichamen bekeken worden die in beide periodes beoordeeld werden. Het aandeel waterlichamen dat minstens de klasse “goed” haalt, is licht gestegen voor vis en macro-invertebraten en licht gedaald voor macrofyten en fytobenthos.

Om de doelafstand te verkleinen zal Vlaanderen nog forse inspanningen moeten leveren, vooral inzake de aanpak van de stikstof- en fosforverliezen uit de landbouw, de verdere uitbouw en verbetering van de openbare waterzuivering en de verbetering van de hydromorfologische kwaliteitselementen.

In principe moeten de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water gehaald worden in 2015. Er zijn echter bepaalde omstandigheden waarbij afwijkingen van de doelstelling mogelijk zijn. Zo motiveren de eerste generatie stroomgebiedbeheerplannen (2010-2015) van Schelde en Maas voor de meeste waterlichamen een termijnverlenging wegens technische onhaalbaarheid. Ook in de ontwerp stroomgebiedbeheerplannen van de tweede generatie (2016-2021) wordt voor de meeste waterlichamen termijnverlenging gemotiveerd wegens technische onhaalbaarheid, disproportionele kosten en/of natuurlijke omstandigheden. Strikt genomen is een achteruitgang van de toestand niet toegestaan. Er zijn echter een aantal gevallen van overmacht (bv. calamiteiten) mogelijk waarbinnen een tijdelijke achteruitgang van de toestand kan, mits de nodige milderende acties en bijkomende monitoring voorzien worden. Voor twee waterlichamen is tijdelijke achteruitgang van toepassing. Ook lagere doelstellingen zijn mogelijk, maar in de eerste en ontwerp van tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen werd hier nog geen gebruik van gemaakt. Aan alle afwijkingen zijn evenwel strikte voorwaarden gekoppeld.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht