Deel deze pagina

Verzenden

Zeeniveau

Het zeeniveau wordt op wereldschaal beïnvloed door tal van factoren, waaronder

  1. volumeverandering van een watermassa bij veranderende temperaturen;
  2. uitwisseling van watermassa met (afsmeltende) ijskappen en gletsjers op het land;
  3. veranderende opslag van water op het land (zowel oppervlaktewater als grondwater). 

Een temperatuurstijging (bv. onder invloed van broeikasgasemissies van menselijke oorsprong) kan leiden tot een uitzetting van het zeewater en de afsmelting van de ijskappen, met een stijging van de zeespiegel en groter overstromingsgevaar in lager gelegen gebieden tot gevolg. Ook uitputting van grondwatervoorraden (onder invloed van oplopende temperaturen) draagt bij aan de zeespiegelstijging doordat opgepompt en gebruikt grondwater uiteindelijk grotendeels afvloeit naar de zee.

Een stijgend zeeniveau kan leiden tot meer overstromingen, kusterosie en zelfs de inname van laaggelegen gebieden door de zee. Bovendien kan ook zeewater ook ondiepe (zoet)waterlagen aantasten en zo de waterbevoorrading bedreigen en lokale ecosystemen aantasten.

Deze indicator analyseert de evolutie van het (jaargemiddelde) zeeniveau in de 3 meetpunten aan onze kust.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Het zeeniveau wordt uitgedrukt in mm RLR (Revised Local Reference). Daarbij zijn de data van een lokale referentie (voor de Belgische Kust is die de TAW of Tweede Algemene Waterpassing) omgezet t.a.v. het internationaal referentieniveau.

Bron: MIRA op basis van PSMSL en Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Stijging zeeniveau overtreft nu al duurzaamheidsdoelstelling

Het Klimaatverdrag bepaalt dat de broeikasgasconcentratie gestabiliseerd moet worden op een niveau waarop geen gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem optreedt. Dit moet gebeuren binnen een termijn die ecosystemen toelaat zich op een natuurlijke wijze aan te passen, die de voedselvoorziening verzekert en die duurzame economische ontwikkeling garandeert. Wetenschappelijk wordt als duurzaamheidsdoelstelling een maximale stijging van het zeeniveau met 2 cm per decennium vooropgesteld.

Tussen 1901 en 2015 nam het gemiddeld zeeniveau op aarde jaarlijks gemiddeld met 1,7 mm toe en 19,5 cm in totaal. Sinds de jaren 50 blijkt bovendien een significante versnelling van de wereldwijde zeespiegelstijging ingezet. Zo komt de zeespiegelstijging tussen 1993 en 2015 uit op een gemiddelde van circa 3 mm/jaar, of 7,0 cm in totaal. Er zijn ook steeds meer en nadrukkelijker aanwijzingen dat de door de mens geïnduceerde klimaatverandering aan de bron ligt van die versnelling. De thermische uitzetting van zeewater en het afsmelten van ijskappen en gletsjers zijn goed voor 75 % van de zeespiegelstijging waargenomen sinds 1971.

Ook langsheen de Europese kustlijn wordt op de meeste plaatsen een zeeniveaustijging waargenomen, maar de grootte daarvan verschilt. Redenen voor die lokale verschillen zijn o.a. de niet-uniforme verdeling van veranderende waterdichtheid, een verschillende impact van wijzigingen in oceaancirculatie, en lokale verticale (zowel op- als neerwaarts) bewegingen van de aardkorst.

Historisch perspectief

In totaal is het globale gemiddelde zeeniveau met zo'n 120 meter gestegen sinds het einde van de laatste ijstijd, nu 20 000 jaar geleden. Meer specifiek voor de Belgische kust kon het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) door combinatie van archeologische en paleontologische vondsten met wetenschappelijke literatuur achterhalen hoe het zeeniveau doorheen de tijd veranderde. Het resultaat hiervan is een tijdlijn die de variatie van het zeeniveau aan onze kust in beeld brengt tot 150 000 jaar terug. Daaruit blijkt dat tijdens de ijstijden het zeeniveau 100 à 120 meter lager lag dan nu. Het laatste glaciale maximum, waarbij de ijskappen op land het verst reiken, werd circa 20 000 jaar geleden bereikt. Gletsjers bedekten toen grote delen van Noord-Europa. Door de opslag van grote hoeveelheden (zee)water in de ijskappen, lag de zeespiegel spectaculair lager. Het Noordzeegebied kwam zelfs droog te liggen. De huidige kustlijn daarentegen ligt al grotendeels vast sinds het einde van de 18de eeuw.

Belgische kust volgt mondiale trend

Statistische analyse van de eigenlijke meetwaarden aan de Belgische kust laat zien dat het jaargemiddelde zeeniveau in 2015 significant hoger ligt dan bij het begin van de meetreeks enkele decennia geleden:

  • in Oostende steeg de trendlijn van het zeeniveau met 112 mm tussen 1951 en 2015;
  • in Nieuwpoort steeg de trendlijn van het zeeniveau met 84 mm tussen 1967 en 2015;
  • in Zeebrugge steeg de trendlijn van het zeeniveau met 54 mm tussen 1979 en 2015.

Oostende is het meetpunt aan onze kust met de langste ononderbroken meetreeks. Daarom is deze reeks het meest geschikt om langetermijntrends te detecteren en te kwantificeren (zie figuur). Aanvankelijk steeg het zeeniveau hier vrij langzaam (met 1 mm/jaar). Maar sinds het midden van de jaren 60 nam de stijging gestaag toe tot 2,7 mm/jaar midden jaren 90. Ook de laatste jaren blijft de stijging hier nog aanhouden, maar het stijgingstempo is wel teruggevallen tot 1,3 mm/jaar (zie figuur). De snelheid waarmee de zeespiegel stijgt, blijkt dus onderhevig aan meerjarige schommelingen, maar dat de zeespiegel gestegen is, staat buiten kijf. Ook Zeebrugge en Nieuwpoort lieten voorgaande decennia significante stijgingen optekenen, maar sinds het midden van de jaren 2000 lijkt de stijging van het zeeniveau zich hier niet door te zetten. Naast de invloed van de klimaatverandering is het zeeniveau (zowel het gemiddeld zeeniveau als de hoogwaterstanden) echter ook onderhevig aan een natuurlijke schommeling met een interval van 18,61 jaar, het zogenaamde nodale getij. Door een variatie van de hoek tussen de aarde, de zon en de maan stijgt de zeespiegel daarom veel sterker in sommige periodes dan in andere.

Een studie uit 2014 onderzocht de extreme hoogwaters te Oostende en de bijdrage van afzonderlijke astronomische en stormopzetcomponenten, trends en langjarige schommelingen daarin. Hieruit bleek het stormopzet – naast de stijging van de jaargemiddelde zeespiegel – geen afzonderlijke of bijkomende stijgende trend te vertonen. Deze studie bevestigt de bevindingen die andere studies maakten voor de Europese kustlijn.

Kwetsbaar voor overstromingen

In Europa blijkt België na Nederland het meest kwetsbaar te zijn voor overstromingen ten gevolge van een stijgend zeeniveau: in Vlaanderen ligt 15 % van het oppervlak minder dan 5 meter boven het gemiddelde zeeniveau. Bovendien blijkt de Belgische kustlijn de meest bebouwde van Europa: in 2000 was ruim 30 % van de kuststrook van 10 km bebouwd, en zelfs bijna 50 % van de strook tot 1 km van de kustlijn. In West-Vlaanderen woont 33 % van de bevolking in laaggelegen poldergebieden gevoelig voor overstromingen door toedoen van de zee.

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht.

Om de vier jaar brengt het Europees Milieuagentschap (EMA) een rapport uit dat op basis van indicatoren de actuele toestand en mogelijke veranderingen in klimaattoestand, impact en kwetsbaarheid voor Europa in kaart brengt. Het meest recente rapport dateert van januari 2017: Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 (pdf, 64 MB).

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht