Deel deze pagina

Verzenden

Hittegolven en andere temperatuurextremen

De kwetsbaarheid van mens en natuur voor klimaatverandering wordt niet alleen bepaald door wijzigende jaar- en seizoensgemiddelden, maar ook, en zelfs nog meer, door wijzigende extremen. Bovendien verhogen extreme temperaturen ook de blootstelling aan diverse schadelijke stoffen, zoals troposferische ozon en fijn stof, en kunnen ze ook de frequentie en intensiteit van momenten met hevige neerslag (incl. hagelstormen) doen toenemen doordat warmere lucht meer water kan bevatten.

Deze indicator brengt de temperatuurextremen in beeld door het aantal (erg) warme en koude dagen in een jaar op te volgen:
  • vorstdagen: dagen waarop de minimumtemperatuur onder 0°C ligt;
  • ijsdagen: dagen waarop de maximumtemperatuur onder de 0°C ligt;
  • zomerse dagen: dagen waarop de maximumtemperatuur 25°C of meer bedraagt;
  • tropische dagen: dagen waarop de maximumtemperatuur 30°C of meer bedraagt.

Ook het voorkomen en de karakteristieken van hittegolven worden geanalyseerd. Daarbij wordt per jaar gekeken naar:

  • het aantal hittegolven;
  • de lengte of het aantal dagen tijdens hittegolven in een jaar;
  • het gewicht of de mate waarin de temperatuur boven de 25°C uit stijgt tijdens hittegolven;
  • en de intensiteit of de verhouding tussen het gewicht en de lengte van hittegolfdagen.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van KMI (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Hittegolven duren nu dubbel zo lang in West-Europa

De schadelijkste klimaateffecten in Europa worden verwacht van de toegenomen frequentie en intensiteit van extreme gebeurtenissen zoals hittegolven. Sinds 1950 werd Europa in 11 jaren geconfronteerd met extreme (intense en langdurende) hittegolven, waarvan de meeste plaatsvonden na 2000: 2003, 2006, 2007, 2010, 2014 en 2015. Vooral de laatste 2 decennia blijkt de zomertemperatuur op land binnen Europa sterk toegenomen, evenals het aantal hittedagen (maximumtemperatuur >35 °C), tropische nachten (minimumtemperatuur >20 °C) en hittegolven. Zo is de gemiddelde lengte van zomerse hittegolven in West-Europa verdubbeld sinds 1880, en de frequentie van hittedagen zelfs verdrievoudigd. Dagen en langere periodes met erg lage temperaturen zijn dan weer minder frequent geworden.

Recent kon aangetoond worden dat door de mens veroorzaakte klimaatverandering de kans op voorkomen van episodes met extreme hoge temperaturen zoals hittegolven heeft beïnvloed (King et al., 2016).

Significant meer erg warme dagen in België

Wanneer we kijken naar het voorkomen van het aantal dagen met (erg) hoge of lage temperaturen in ons land, dan blijkt er enkel een significante, lineair stijgende trend te zijn voor het aantal tropische dagen (eerste figuur): voor het meetpunt in Ukkel tellen we per 14 jaar 1 extra tropische dag in een jaar. De eveneens stijgende trend voor het aantal zomerse dagen in een jaar is evenwel niet significant (tweede figuur). Voor het aantal vorstdagen en ijsdagen geven respectievelijk de derde en vierde figuur een dalende trend aan, maar ook die trend blijkt niet significant.

Meer, langere en intensere hittegolven in België

Uit analyse van de meetwaarden blijkt dat het aantal hittegolven in ons land een grote variabiliteit vertoont van jaar tot jaar (vijfde figuur). Trendanalyse levert een golvend patroon op met een stijging die nu aanhoudt sinds de jaren 1970. Anno 2016 ligt het aantal hittegolven significant hoger dan in het begin van de 20ste eeuw. De frequentie aan hittegolven is tussen begin jaren 1970 en 2016 toegenomen van gemiddeld eens om de drie jaar naar 1 hittegolf per jaar. Ook 2016 kende een hittegolf.

Naast het aantal hittegolven is het ook belangrijk te kijken naar de lengte (aantal dagen tijdens hittegolven in een jaar), het gewicht (de mate waarin de temperatuur boven de 25°C uit stijgt) en de intensiteit (verhouding tussen het gewicht en de lengte) van de hittegolven. Analyse voor de periode 1901-2016 laat voor deze 3 parameters eveneens een golvend patroon zien met een trendlijn die oploopt sinds de jaren 1970. De lengte van hittegolven (zesde figuur) ligt in 2016 significant hoger dan begin 20ste eeuw, met een toename van gemiddeld 5 dagen in de periode 1901-1930 naar gemiddeld 11 dagen in de periode 1988-2016. Ook voor het gewicht (zevende figuur) en de intensiteit (achtste figuur) ligt de trendlijn in 2016 significant hoger dan begin 20ste eeuw.

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij gaat heel wat aandacht naar de mogelijke evolutie van jaar-, seizoen- en maandgemiddelde temperaturen en diverse temperatuurextremen. Ook de ruimtelijke verschillen in klimaatverandering die zich kunnen aftekenen binnen Vlaanderen en omgeving komen expliciet aan bod.

Om de vier jaar brengt het Europees Milieuagentschap (EMA) een rapport uit dat op basis van indicatoren de actuele toestand en mogelijke veranderingen in klimaattoestand, impact en kwetsbaarheid voor Europa in kaart brengt. Het meest recente rapport dateert van januari 2017: Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 (pdf, 64 MB).

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht