Deel deze pagina

Verzenden

Jaarlijkse neerslag

De laatste decennia nemen de atmosferische concentraties van broeikasgassen en aerosolen toe hoofdzakelijk ten gevolge van menselijke activiteiten. Die toename leidt tot verhoogde temperaturen op aarde, wat verstoring van het klimaat met zich meebrengt. Die verstoring kan bestaan uit wijzigende neerslagpatronen.

Deze indicator gaat na in welke mate de jaarlijkse neerslag in België verandert over de jaren.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* jaargemiddelde neerslag in de periode 1850-1899, nl. 758 mm.

Bron: MIRA op basis van KMI (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Wijzigend neerslagpatroon onder invloed van menselijke activiteiten

Wetenschappers hebben aangetoond dat menselijke activiteiten de hoofdoorzaak vormen van de neerslagveranderingen op aarde waargenomen tussen 1925 en 1999. Tussen 40° en 70° noorderbreedte – waarbinnen ook het gros van Europa valt, met uitzondering van Cyprus, Malta, Griekenland, de zuidelijke helft van Spanje/Portugal en het zuiden van Italië – nam de neerslag gemiddeld met 6,2 mm per decennium toe. De bijdrage van menselijke activiteiten hierin wordt begroot op 50 tot 85 %.

Over het geheel van het Europese continent zijn geen duidelijke trends te detecteren voor jaargemiddelde neerslag. Maar er zijn binnen Europa wel belangrijke regionale verschillen. Zo blijkt inmiddels dat in het gros van de noordelijke helft van Europa de jaargemiddelde neerslag tussen 1960 en 2015 verder toeneemt. De sterkste toename wordt waargenomen in Noorwegen (+70 mm/decennium). Die toename wordt vooral veroorzaakt door veranderingen in de winterneerslag. Grote delen in het zuiden van Europa zien de neerslag echter afnemen (tot -90 mm/decennium in Midden-Portugal), vooral door minder neerslag in de zomermaanden.

Toenemende neerslag in België

Sinds het begin van de waarnemingen in Ukkel zijn 2001 en 2002 de absolute recordjaren met neerslaghoeveelheden van respectievelijk 1 088,5 mm en 1 077,8 mm.

In ons land komen steeds nadrukkelijker meer natte dan droge jaren voor. De eerste figuur brengt de afwijking in beeld van de jaarlijkse neerslaghoeveelheid vergeleken met het gemiddelde van 758 mm/jaar in de referentieperiode 1850-1899 (zie ook indicator temperatuur). De trend naar nattere jaren wordt vooral duidelijk bij de lijn die de gecumuleerde afwijking weergeeft. In de 19de eeuw bleef deze lijn rond het nulpunt schommelen. Maar sinds het begin van de 20ste eeuw zien we een duidelijke toename, die nog versterkt vanaf de jaren 70. Voor het eerst sinds de start van de metingen zien we ook 6 opeenvolgende decennia met een jaargemiddelde neerslag boven deze van de referentieperiode (758 mm/jaar).

Van jaar tot jaar vertoont de neerslaghoeveelheid een erg grote variabiliteit. Bovendien zijn er langere periodes geweest met meer neerslag, bijvoorbeeld rond 1920, 1960 en 2000. Maar statistische analyse van de hele datareeks kan helpen om een langetermijntrend bloot te leggen. Uit die analyse blijkt dat ons land (meetpunt Ukkel) een langzame, maar significante stijging van de jaarlijkse neerslag kent (tweede figuur). Die stijging blijft aanhouden met 0,5 mm/jaar of een halve cm per decennium. Uit de trendlijn blijkt dat de jaarlijkse neerslag momenteel ongeveer 91 mm hoger ligt dan bij het begin van de metingen.

In 2015 bleek het jaartotaal net als in 2013 en 2014 beneden de langetermijntrend uit te komen. 2012 daarentegen was een erg nat jaar (977 mm in Ukkel), dat net buiten de top tien viel van natste jaren sinds de start van de metingen in 1833.

Ruimtelijke patronen

De derde figuur is afkomstig uit de Klimaatatlas van het KMI en legt de patronen in jaargemiddelde neerslag binnen België bloot voor de referentieperiode van het huidig klimaat (1981-2010). Daaruit blijkt dat er binnen Vlaanderen nauwelijks verschillen worden opgetekend. Meer naar het zuiden van ons land kunnen de verschillen wel sterk oplopen. De waarden evolueren van 740 mm/jaar in het noorden van Haspengouw (de streek van Sint-Truiden) tot meer dan 1 400 mm/jaar op de Hoge Venen, of een verdubbeling tussen de droogste en natste plaatsen. Het gemiddelde voor België bedraagt 925 mm/jaar. Algemeen gezien wordt de jaargemiddelde neerslag beïnvloed door het reliëf. Langs de ene kant kennen de hoogstgelegen sites gemiddeld gezien grotere neerslaghoeveelheden dan de lager gelegen gebieden, maar langs de andere kant speelt de oriëntatie van de hellingen tegenover de overheersende regenbrengende winden (ZW) ook een rol.

De maandelijkse neerslaghoeveelheden in de kuststreek zijn algemeen gezien bij de laagste van het land. Enkel in de herfst ligt de neerslag hoger aan de kust dan in Laag- en Midden-België door de hogere temperatuur van het zeewater. Ook in het noorden van Haspengouw valt er, uitgezonderd voor de periode van april tot augustus, weinig neerslag. Voor de periode van september tot en met december valt er zelfs de minste neerslag van heel het land.

Ook het voorkomen van dagen met gewone (≥1 mm) tot zware (≥10 mm) neerslag vertoont een patroon erg gelijkaardig als dat in de derde figuur.

 

Meer info

Wat zijn de verwachtingen voor klimaatverandering in Vlaanderen en omgeving voor de toekomst? Welke gevolgen heeft dit? En hoe kunnen we ons tijdig aanpassen om de effecten van klimaatverandering op te vangen? Deze vragen krijgen een antwoord in het MIRA Klimaatrapport 2015, over waargenomen en toekomstige klimaatveranderingen. Aan de hand van scenario’s is de bandbreedte van de verwachtingen tegen 2030, 2050 en zelfs 2100 in beeld gebracht. Daarbij gaat heel wat aandacht naar de mogelijke evolutie van de neerslagtotalen per jaar, per seizoen en per maand, en naar mogelijke veranderingen in het voorkomen van diverse neerslagextremen. Ook de ruimtelijke verschillen in klimaatverandering die zich kunnen aftekenen binnen Vlaanderen en omgeving komen expliciet aan bod.

Om de vier jaar brengt het Europees Milieuagentschap (EMA) een rapport uit dat op basis van indicatoren de actuele toestand en mogelijke veranderingen in klimaattoestand, impact en kwetsbaarheid voor Europa in kaart brengt. Het meest recente rapport dateert van januari 2017: Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 (pdf, 64 MB).

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht