Deel deze pagina

Verzenden

Totale emissie van broeikasgassen per gas en met opdeling tussen ETS en niet-ETS (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's, NF3)

De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

Deze indicator gaat na in hoeverre de totale uitstoot van broeikasgasemissies in Vlaanderen evolueert per gas, en maakt ook een onderscheid tussen

  • emissies die wel onder het Europees emissiehandelssysteem vallen (ETS): voornamelijk afkomstig uit de sectoren energie en industrie;
  • emissies die niet onder het Europees emissiehandelssysteem vallen (niet-ETS): emissies door transport, huishoudens, handel & diensten, landbouw en enkele onderdelen van de sectoren industrie en energie.

 

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Opnieuw afname van de broeikasgasuitstoot in 2014

In 2014 nam de broeikasgasuitstoot in Vlaanderen verder af (eerste figuur). Bekeken over de periode 1990-2014 zijn de emissies in 2014 het laagste. De totale uitstoot van CO2, CH4, N2O en de fluorhoudende broeikasgassen (F-gassen: HFK’s, PFK’s, SF6 en NF3) kwam uit op 74 Mton CO2-eq, bijna 4 Mton lager dan het jaar voordien. De emissies in 2014 liggen in lijn met de dalende trend die is ingezet in 2005. Over de periode 2005-2014 dalen de totale broeikasgasemissies met gemiddeld 1,5 Mton CO2-eq per jaar.

De broeikasgasemissies namen af in eerste plaats door belangrijke maatregelen inzake PFK’s en SF6 (installatie fluoriderecuperatie-eenheid in één chemisch bedrijf), N2O (ingebruikname katalysatoren in de chemische industrie; daling veestapel) en CH4 (valorisatie stortgas en beperking op storten van afval; daling veestapel). Dit zorgde voor een emissiereductie van deze gassen in de periode 1990 tot 2005. Omdat in dezelfde periode de emissie van CO2 toenam, bleef de totale broeikasgasuitstoot hoog. Vanaf 2005 beginnen ook de CO2-emissies, die voornamelijk het gevolg zijn van de verbranding van fossiele brandstoffen, af te nemen. In 2011 duiken de CO2-emissies voor de eerste keer onder het niveau van de emissies in 1990. Ook daarna blijven de CO2-emissies verder afnemen en lijkt de transitie naar een koolstofarme economie ingezet.

Voor een bespreking van de emissies per sector en per activiteit verwijzen we naar 2 andere indicatoren.

Europese emissiehandel reguleert circa 40 % Vlaamse broeikasgasuitstoot

Sinds 2005 wordt het overgrote deel van de broeikasgasuitstoot in de sectoren industrie en energie gereguleerd via een systeem van Europese emissiehandel (het EU ETS). In de eerste handelsperiode van 2005-2007 viel gemiddeld 38 % van de broeikasgasemissies in Vlaanderen onder dit systeem (tweede figuur). In de tweede (2008-2012) en derde handelsperiode (2013-2020) nam dit ETS-aandeel verder toe, tot respectievelijk 41 % en 42 % door een uitbreiding van de activiteiten onder het ETS. De figuur toont de reductiedoelstelling voor de gehele ETS (-21 % in 2020 in vergelijking met 2005). Deze doelstelling is louter indicatief weergegeven omdat ze enkel van toepassing is op de gehele Europese ETS en is niet verder verdeeld op lidstaat- of installatieniveau.

Vanaf 2013 kregen landen enkel nog doelstellingen voor niet-ETS emissies opgelegd

Met het Europese Energie- & Klimaatpakket beoogt de EU haar totale broeikasgasuitstoot met 20 % te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990 of met 14 % in vergelijking met 2005. In 2030 wordt een emissiereductie vooropgesteld van 40 % ten opzichte van 1990. Deze intermediaire doelstelling moet de EU op het juiste pad zetten in de transitie naar een koolstofarme economie in 2050. Tegen 2050 streeft de EU immers naar een uitstootreductie met 80 à 95 %. In haar 'Roadmap naar een competitieve koolstofarme economie tegen 2050' van maart 2011 verkent de Europese Commissie het pad naar die doelstelling. In een nog ruimere context werd mondiaal door 195 landen eind 2015 een eerste universeel klimaatakkoord gesloten in Parijs, het zogenaamde 'Paris Agreement'. Dit akkoord omvat een actieplan om de gemiddelde temperatuurtoename op aarde beneden de 2°C te houden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, en ambieert zelfs om die stijging te beperken tot 1,5°C. 22 april 2016 werd het akkoord al formeel ondertekend door 174 landen. Bij die ondertekening engageerde België zich zelf alvast tot een reductie van de broeikasgasuitstoot met minstens 40 % tegen 2030, dit in afwachting van de verdeling van de Europese 2030-doelstelling (eveneens -40 %) over de lidstaten.

De doelstelling voor 2020 is verdeeld over de ETS-fractie (-21 % in 2020 in vergelijking met 2005) en de niet-ETS-fractie (-10 % in 2020 in vergelijking met 2005, waarbij een lineair reductiepad wordt gevolgd dat start in 2013). Enkel de doelstelling voor niet-ETS is verder verdeeld over de verschillende lidstaten, afhankelijk van hun (financiële) mogelijkheden.

Lidstaten krijgen van de EU emissierechten overeenkomstig de doelstelling die ze opgelegd kregen. Lidstaten die erin slagen hun emissies in een bepaald jaar verder terug te dringen dan de doelstelling, zullen emissierechten over hebben die ze kunnen opsparen voor later of verkopen aan andere lidstaten. Lidstaten die de doelstelling niet halen, kunnen hun tekort wegwerken door emissierechten van andere lidstaten aan te kopen of via de financiering van emissiereducerende projecten in het buitenland.

Zo’n traject laat lidstaten toe om de emissies gradueel te laten afnemen en houdt er ook rekening mee dat de impact van bepaalde maatregelen (bv. energiebesparende maatregelen in woningen) slechts langzaam tot emissiereducties leiden. Maar de tussentijdse doelstelling voor het jaar 2013 – die overeenstemt met de gemiddelde uitstoot in de jaren 2008-2010 – is ook bepalend voor de totale emissiereductie die gerealiseerd moet worden over de periode 2013-2020. Indien het vertrekpunt van het reductietraject in 2013 relatief hoog ligt, moeten lidstaten in de aanvangsperiode niet veel bijkomende maatregelen nemen om te voldoen aan de doelstelling en kunnen ze mogelijk emissierechten opsparen die gebruikt kunnen worden in latere jaren. Wat dat betreft hebben de hogere emissies in 2010 (een uitzonderlijk koud jaar met een hoge verwarmingsbehoefte) in België en Vlaanderen een belangrijke impact op de doelstelling in 2013.

De einddoelstelling voor België in 2020 is een reductie met 15 % van de niet-ETS uitstoot in vergelijking met 2005. Recent werd deze Belgische doelstelling verder verdeeld over de gewesten en heeft Vlaanderen zich geëngageerd om de emissies met 15,7 % te doen afnemen in 2020. Deze doelstelling, en het reductiepad tussen 2013 en 2020, is indicatief weergegeven op de figuur. De doelstelling van 15,7 % is ook al vertaald in jaarlijkse emissielimieten voor Vlaanderen, maar deze kunnen nog onderhavig zijn aan aanpassingen. Bij de interpretatie van de figuur moet ten slotte ook rekening gehouden worden met het feit dat de afname in niet-ETS emissies gedeeltelijk verklaard kan worden door een verschuiving van de emissies naar de ETS-fractie door uitbreiding van de emissiehandel na de eerste en tweede handelsperiode.

Zoals de tweede figuur aantoont zijn de niet-ETS emissies in Vlaanderen in 2013 en 2014 al sterk afgenomen en liggen ze onder deze indicatieve niet-ETS doelstelling. De projecties met huidig beleid  tonen echter aan dat dit niet langer het geval zou zijn in 2020 en dat emissies dan hoger zullen zijn dan de doelstelling.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht