Deel deze pagina

Verzenden

Aandeel van installaties onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) in verhouding tot de totale broeikasgasemissies

Sinds 2005 vormt het Europees Emissieshandelssysteem (of ETS) het centraal beleidsinstrument voor regulering van de broeikasgasuitstoot door grote puntbronnen (industriële installaties).

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de broeikasgasemissies uitgestoten door installaties die vallen onder de bepalingen van het ETS, en dit zowel voor het geheel van Vlaanderen als per (deel)sector. Hierbij worden zowel emissies van energetische oorsprong als procesemissies beschouwd. Voor een analyse van de resultaten van het ETS op Europees niveau, publiceert het Europese Milieuagentschap een overzichtsrapport

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA (VMM) en VITO op basis van Departement LNE (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Twee vijfden broeikasgasuitstoot in Vlaanderen onder ETS

Het Europees Emissieshandelssysteem (ETS) wordt gekenmerkt door opeenvolgende handelsperiodes. De eerste handelsperiode liep van 2005 tot 2007, de tweede periode van 2008 tot 2012 en de derde startte in 2013 en zal eindigen in 2020. De vierde handelsperiode zal dus in 2021 van start gaan en loopt af in 2030.

In de eerste handelsperiode viel gemiddeld 38 % van de broeikasgasemissies in Vlaanderen onder het systeem van emissiehandel. In de tweede handelsperiode nam dit al toe tot 41 %. Die toename kwam er voornamelijk doordat sinds 2008 meer installaties en bijkomende emissies onder het ETS vallen omwille van een uitbreiding van het toepassingsgebied (vooral voor de sector industrie) en een verduidelijking door de Europese Commissie van de criteria voor toetreding tot het ETS. De derde handelsperiode luidde opnieuw een nieuwe fase in het ETS in met verdere uitbreiding van de installaties en beschouwde broeikasgassen. In Vlaanderen steeg het aandeel ETS-emissies daardoor tot 42 % van de totale emissies van broeikasgassen.

Beperkt tot de sectoren industrie en energie

Het overgrote deel van de ETS-installaties in Vlaanderen is terug te vinden in de sectoren industrie en energie. Daarnaast zijn er enkele installaties die onder de sector handel & diensten vallen waaronder het UZ Gent, UZ Leuven en VITO. Hierbij gaat het slechts om ongeveer 1 % van de totale emissie in die sector. In de eerste handelsperiode werden deze installaties nog uitgesloten van de emissiehandel, door de zogenaamde 'opt-out' regel. Lidstaten kunnen immers grote installaties die normaal onder het ETS zouden vallen, uitsluiten van het systeem. Vlaanderen heeft dit in de eerste handelsperiode gedaan voor enkele grote ziekenhuizen. In 2008 werd er echter voor geopteerd om die installaties toch tot het ETS te laten toetreden.

Het aandeel van de broeikasgasemissies die onder het ETS vallen is het grootst in de sector energie, dit aandeel schommelt rond de 90 % van de totale emissies in de energiesector. Er is evenwel een groot verschil tussen de deelsectoren (tweede figuur). Voor elektriciteit & warmte en raffinaderijen is het aandeel zeer groot, zelfs tot 100 % voor de raffinaderijen. Bij de deelsector aardgas is het aandeel veel kleiner. In de eerste handelsperiode moest de deelsector aardgas niet toetreden tot het ETS en was het aandeel dus 0 %, in de tweede en derde handelsperiode moest de deelsector aardgas wel toetreden tot ETS en bedroeg het aandeel van de ETS-emissies gemiddeld 21 % van de totale uitstoot van broeikasgassen in sector energie. 

Bij de sector industrie werd in de eerste handelsperiode gemiddeld 47 % via het ETS gereguleerd. In de tweede en derde handelsperiode liep dit al verder op tot gemiddeld 61 % en 74 %. Binnen de industrie kunnen er grote verschillen tussen de deelsectoren (derde figuur) worden waargenomen. De deelsector afval & afvalwater valt volledig buiten het ETS. Emissies van de deelsector metaal vallen grotendeels onder het ETS, gemiddeld 87 % (relatief constant in alle drie handelsperiodes). Tot deze deelsector behoort ook de grootste ETS-installatie in Vlaanderen. In de deelsector chemie neemt het aandeel van de ETS-emissies sterk toe bij aanvang van elke nieuwe handelsperiode (van gemiddeld 35 % naar 90 %). Dit is het gevolg van het toetreden van enkele krakerinstallaties in de tweede handelsperiode en niet-CO2 broeikasgasemissies (enkel N2O, PFC emissies van bepaalde industriële activiteiten vallen ook onder het ETS maar komen niet voor in Vlaanderen) in de derde handelsperiode.

Meer informatie over het Europees Emissiehandelssysteem en een bespreking van de overschotten of de tekorten aan toebedeelde rechten per (deel)sector komen aan bod bij de indicator 'Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem'.

Meer info

MIRA-onderzoeksrapport "Analyse energiegegevens en CO2-emissies onder ETS in Vlaanderen" (2010) (pdf, 1MB)

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht