Deel deze pagina

Verzenden

Organische stof in de landbouwbodem

Organische stof is een van de belangrijkste onderdelen van de bodem en bestaat uit vers plantaardig en dierlijk materiaal, humus en levende organismen. Koolstof vormt het belangrijkste bestanddeel van organische stof. Organisch materiaal in de bodem bevat gemiddeld 58 % koolstof. Een optimaal gehalte aan organische stof  komt overeen met goede landbouw- en milieukundige condities zoals verminderde erosie, een hoog bufferend en filterend vermogen en een rijke habitat voor levende organismen. In de landbouw is het gehalte organische stof belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid. Het percentage organische stof en koolstof zijn sleutelindicatoren voor een duurzaam bodembeleid.

Deze indicator toont het percentage landbouwpercelen met een koolstofgehalte lager dan de streefzone. De streefzone is de koolstofconcentratie in de bodem waarbij optimale landbouwopbrengsten mogelijk zijn. De waarde van de streefzone is afhankelijk van de bodemtextuur en verschilt tussen akker- en weiland.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Percelen met koolstofgehalte onder streefzone (Vlaanderen, 1982-2011)

Bron: Bodemkundige Dienst van België
Cijfers in Excel.


Verloop

Verbetering merkbaar?

Uit veldonderzoek blijkt dat 35 % van de akkerpercelen en 52 % van de weidepercelen een koolstofgehalte beneden de streefzone hebben in de periode 2007-2011. Dit aandeel steeg sinds 1989 bij akkerland en sinds 1982 bij weiland. Verklarende factoren zijn:  
  • de invloed van de bemesting,
  • de toenemende ploegdiepte,
  • de weideverieuwing en
  • het toenemende aantal grondbewerkingen.

De daling in 2007-2011 treedt op zowel in de akker- als in de weidepercelen. Het toenemend gebruik van groenbemesters, het inwerken van teeltresten, het toenemend areaal korrelmaïs en niet-kerende grondbewerking kunnen deze evolutie voor akkerland slechts gedeeltelijk verklaren. Voor weiland is er mogelijk de invloed van de beperkingen op scheuren van blijvende weiden sinds 2005. Waarschijnlijk zijn er ook andere factoren van belang, die nog niet gekend zijn. Of deze veranderingen in landbouwmethoden nu leiden tot een stijging van het organische stofgehalte, dat kan pas na 15 jaar bevestigd worden.

Om het organische stofgehalte in de bodem te verhogen, moet de landbouwer regelmatig extra organisch materiaal toedienen, omdat de oogstresten van de gewassen niet volstaan om de afbraak van de bodemorganische stof te compenseren. Dit effect kan niet bekomen worden op 4 jaar tijd voor de gehele landbouw.

Behoud van een voldoende organische stof in de landbouwbodem is één van prioriteiten in het voorstel van de Europese Commissie over een thematische strategie voor bodembescherming van 22 september 2006.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht