Deel deze pagina

Verzenden

Verontreinigde gronden per saneringsfase

De bodem in Vlaanderen wordt door allerlei menselijke invloeden verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen, organische stoffen en pesticiden.

Bodemsanering is het verwijderen van de bodemvervuiling tot onder de bodemkwaliteitsnormen. Saneren omvat het opstellen en uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek (BBO), indien nodig gevolgd door het opstellen van een bodemsaneringsproject (BSP), het uitvoeren van bodemsaneringswerken (BSW) en het eventueel verzekeren van nazorg. Indien uit een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) blijkt dat een sanering noodzakelijk is, start de opmaak van een bodemsaneringsproject (BSP). Een bodemsaneringsproject (BSP) geeft aan op welke wijze de sanering het best wordt uitgevoerd. Op basis van een conform verklaard bodemsaneringsproject (BSP conform) worden de bodemsaneringswerken (BSW) uitgevoerd.

De indicator toont het aantal verontreinigde gronden per saneringsfase.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Aantal gronden per saneringsfase (Vlaanderen, 1997-2013)

Bron: MIRA op basis van OVAM
Cijfers in Excel.


Verloop

Ruim een derde van Vlaamse risicogronden onderzocht

Tegen 2015 is het doel dat op 40 % van de gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten minstens een bodemsanering opgestart is (MINA-plan 4, 2011-2015). Dit wil zeggen dat een bodemsaneringsproject is conform verklaard. Tegen 2036 zou dit 100 % moeten bedragen.

Er zijn in Vlaanderen naar schatting 85 000 risicogronden, gronden waar activiteiten werden of worden uitgevoerd die mogelijk bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Het totale aantal gronden in Vlaanderen waarvoor een bodemsaneringsproject nodig is (BSP nodig), wordt geraamd op 11 750.

Eind 2013 heeft de OVAM voor 34 176 risicogronden (40 % van 85 000) een oriënterende bodemonderzoeken (OBO) verwerkt. Voor 12 548 van deze onderzochte gronden moet een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) uitgevoerd worden. Een BBO onderzoekt de omvang en de risico’s van de bodemverontreiniging en bepaalt de saneringsnoodzaak. In de periode 1997-2013 werden in totaal 4 494 BSP’s conform verklaard. In 2013 waren 41 % van de geraamde BSP’s conform verklaard. Daarmee is de doelstelling van 40 % tegen 2015 al bereikt.

Saneringswerken opgestart voor kwart verontreinigde gronden

Eind 2013 zijn er 2 783 bodemsaneringswerken afgerond (BSW afgerond). Dit is respectievelijk ongeveer 24 % van het geschatte totaal aantal noodzakelijke bodemsaneringsprojecten (BSP nodig). Voor de bodemsaneringswerken waarvoor de OVAM in 2013 een conformiteitsattest afleverde, wordt de kostprijs geraamd op circa 125 miljoen euro. Het totale geraamde bedrag voor de periode 1997-2013 bedraagt circa 1,666 miljard euro.

Het aantal ingediende BSP's en BSW's is sinds 2007 aan het afvlakken. Dit is te verklaren door uitgestelde milieu-investeringen ten gevolge van de economische crisis. De algemene dalende trend wordt mede veroorzaakt door de keuze onder de vorige legislatuur om prioriteit te geven aan bodemsaneringen bij overdracht van gronden.

Het aantal afgeronde bodemsaneringswerken is wel aanzienlijk toegenomen sinds 2005. Er is een logische verklaring voor deze tendens. Hoe langer het Bodemdecreet in werking is, hoe meer saneringen er opgestart en bijgevolg ook afgerond worden. Daarnaast zit men ook met een zekere vertraging: eerst moet de onderzoeksfase afgerond zijn, vooraleer men kan starten met de sanering; deze sanering duurt vervolgens vaak ook meerdere jaren. Het aantal lopende bodemsaneringswerken wordt elk jaar groter.

De omvang van de huidig bekende gesaneerde en te saneren gronden kan geraamd worden aan de hand van de oppervlakte waarvoor een saneringsproject nodig is gebleken (BSP nodig). Die oppervlakte bedroeg 219 km² of 1,6 % van de oppervlakte Vlaanderen in 2013 en is het equivalent van 5538 gronden. Het gedeelte reeds gesaneerde gronden bedraagt hierin 88 km² . De totale oppervlakte nog te saneren gronden ligt hoger, maar is nog niet gekend.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht