Deel deze pagina

Verzenden

Bodemafdichting

De bodems in Vlaanderen worden op veel plaatsen afgedicht door een artificiële bedekking, ondoorlatend voor water en gassen. Voorbeelden van zo’n bedekking zijn woningen, wegen en andere constructies. Daardoor gaan de oorspronkelijke functies van die bodems, zoals bv. landbouw en bosbouw, verloren. De afdichting van natuurlijke bodems beïnvloedt ook de hydrologische toestand: het water kan niet meer infiltreren en stroomt af via het verharde oppervlak. Hierdoor kan wateroverlast aan het oppervlak en verdroging van de bodem optreden. Afdichting heeft ook een negatieve invloed op de (bodem)biodiversiteit en zorgt voor een verlies aan ecosysteemfuncties zoals de opslag van koolstof in de bodem. Bovendien versnippert de open ruimte door de aanwezigheid van die verharde oppervlakken. Versnippering zorgt ondermeer voor de ruimtelijke isolatie en de reductie van de leefgebieden van fauna en flora. Aldus zet zij een bijkomende druk op de biodiversiteit. Verhoogde gemiddelde temperaturen en de toename van hittegolven door klimaatverandering kunnen in combinatie met de verhoogde bodemafdichting het hitte-eilandeffect in steden versterken.

De bodemafdichtingskaart voor Vlaanderen is ontwikkeld op basis van de landgebruikslaag van de topografische kaart van het NGI (1:10.000), aangevuld met gegevens van terreinmetingen en orthofoto’s. De kaart geeft per gemeente het percentage bodemafdichting weer.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bodemafdichting per gemeente (Vlaanderen, 2007-2009)

Bron: MIRA op basis van KULeuven



Verloop

Vlaanderen voor 12,9 % afgedicht

In de periode 2007-2009 was 175 967 ha of 12,9 % van de Vlaamse bodem afgedicht. Op Malta na heeft België met 7,4 % de hoogste graad van bodemafdichting in Europa in het jaar 2006. In Europa is gemiddeld 1,8 % van de bodem afgedicht. Er zijn 38 Europese landen meegenomen in deze analyse. Hiermee scoort Vlaanderen ver boven het Europese gemiddelde en ook hoger dan België (7,4 %) en Nederland (7,3 %).

Er zijn in Vlaanderen nog een aantal regio’s met gemeenten waar het afdichtingspercentage lager is dan 10 %, voornamelijk in de Westhoek, Zuid-Limburg, Zuid-Oost-Vlaanderen en het Meetjesland. De meeste gemeenten gelegen in de Vlaamse Ruit (Gent, Antwerpen, Leuven, Brussel) zijn meer dan 10 % afgedicht. Ook de compacte agglomeraties van Antwerpen en Gent vallen op. Langs de transportassen E17 (Kortrijk, Deerlijk, Waregem), de verbindingsweg N36 (Ingelmunster, Izegem, Roeselare) en de as Brussel-Antwerpen is een hoge graad van afdichting te vinden. Ook langs de kustlijn vinden we relatief hoge percentages bodemafdichting terug, zeker in vergelijking met de nabijgelegen Westhoek waar vooral het Heuvelland en de Ijzervlakte worden gekenmerkt door lage percentages aan bodemafdichting. Het volbouwen van de kustlijn heeft hier vooral te maken met toeristische en recreatieve ontwikkelingen. In Limburg zijn de bodems van de gemeenten gelegen langs het Albertkanaal, de E313 en de E314 sterker afgedicht dan de overige gemeenten. De regio’s van de steden Brugge, Roeselare, Kortrijk, Gent, Aalst, Antwerpen, Mechelen, Leuven zijn voor meer dan 20 % afgedicht.

Slimme ruimtelijke ordening

Door de toenemende bebouwing neemt de bodemafdichting nog steeds toe. Daarom is een slimme ruimtelijke ordening nodig om alle bodemafdichting te weren waar ze niet nodig is: delen van publieke ruimten, parkings, brownfields. In uitvoering van het MINA-plan 4 (2011-2015) wordt tijdens het opstellen van het Witboek van het Beleidsplan Ruimte bekeken welke maatregelen zouden kunnen genomen worden om nieuwe bodemafdichting zoveel mogelijk te vermijden of te compenseren. In steden is een slimme ruimtelijke ordening nodig om alle bodemafdichting te weren waar ze niet nodig is: delen van publieke ruimten, parkings, brownfields. Het maximaliseren van niet-afgedichte bodem, groengebieden en groene elementen zoals groendaken, bomen in de straat, temperen mee het hitte-eilandeffect.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht