Deel deze pagina

Verzenden

Bebouwde oppervlakte

Vlaanderen is een regio met een hoge bebouwingsgraad. Het bouwen van woningen, wegen, openbare gebouwen, bedrijven en andere constructies sluit bodems af waardoor natuurlijke bodemfuncties zoals infiltratie en waterberging bemoeilijkt worden. Daarnaast zorgt bebouwing van het buitengebied voor een sterke druk op de open ruimte (zoals landbouw, bos, duinen,…) in Vlaanderen. 

Deze indicator beschrijft het percentage aan bebouwde oppervlakte in Vlaanderen aan de hand van de informatie over bebouwde kadastrale percelen. Daarom omvat de indicator ook de niet-bebouwde delen (tuin, park, berm, bos,…) van een bebouwd perceel. Omwille van verschillen in berekeningswijze en nuances in definitie mag deze indicator niet vergeleken worden met verwante indicatoren zoals verharding, verstening of bodemafdichting.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* omvat terreinen voor gemengd gebruik, terreinen voor technische voorzieningen, steengroeven, putten, mijnen enz.

Bron: FOD Economie, ADSEI
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Bebouwde oppervlakte blijft toenemen, jaarlijkse aangroei daalt

In 2015 is ruim een kwart (27,2 % of 3 679 km²) van de oppervlakte in Vlaanderen bebouwd (Figuur 1). Dit is een toename van het percentage bebouwde percelen met 28 % (ruim 800 km2) ten opzichte van 1990. Het zijn vooral nieuwbouwwoningen en bedrijventerreinen (nijverheid, handel en overheid) die deze toename verklaren. In de periode 1990-2015 zijn de oppervlaktes voor woongebied, bedrijventerreinen voor nijverheid en terreinen voor handel en overheid gestegen met respectievelijk 48, 43 en 23 %. In 2015 maken woongebieden en terreinen voor vervoer en communicatie (o.a. openbare wegen, spoorwegen, luchthavens) 44 en 29 % uit van de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen.

Ondanks de groei aan bebouwing vertraagt de jaarlijkse snelheid. In vergelijking met 1990 (40 km2 /jaar), is de aangroei van bebouwde oppervlakte gedaald van minder dan 30 km2/jaar (vanaf 2004) tot 19 km2/jaar in 2015.

Open ruimte onder druk

In een recent rapport over verstedelijking (Europees Milieuagentschap, 2016) staat België (en Vlaanderen) gerangschikt als het land (en regio) met de hoogste mate van ruimtelijke spreiding in vergelijking met andere onderzochte Europese landen (n=32). Deze versnippering legt een groot beslag op de Vlaamse open ruimte. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (1997) stelde als doel om de aangroei van de bebouwde oppervlakte in het buitengebied niet groter te laten worden dan in het verstedelijkte gebied. De aangroei van woongebieden in minder bebouwde delen of gemeentes in Vlaanderen gaat echter in tegen deze doelstelling. Zo is de grootste toename in oppervlakte woongebied t.o.v. 2000 in de provincie Antwerpen, Noord-Limburg en de Westhoek te vinden buiten de stadskern (zie ook indicator ruimtegebruik voor wonen).

Klimaat als ruimtelijke uitdaging

Versnippering en verspreide (lint)bebouwing in Vlaanderen zijn niet enkel nadelig voor natuurfuncties (o.a. verlies aan biodiversiteit en ecologische verbinding) en land- en bosbouwfuncties. Ook de klimaatverandering zal bijkomende uitdagingen zoals neerslagextremen, overstromingen  en hittegevolgen met zich meebrengen. Deze nieuwe ruimte-behoevende functies (overstromings- en infiltratiegebieden,  windmolenparken, voedselbossen,…) halen eveneens voordeel uit relatief grote aangesloten gebieden.

Nieuw plan in opmaak

Het RSV legt sinds 1997 de krijtlijnen vast voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen. Om een beter antwoord te bieden op maatschappelijke veranderingen zoals klimaatverandering wordt gewerkt aan een opvolger van dit structuurplan; het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Dit proces verloopt in stappen. Na het Groenboek BRV (2012) volgt het Witboek BRV dat de krachtlijnen bevat voor een ontwerp-BRV (voorzien eind 2016). Belangrijke beleidsmatige verschuivingen ten opzichte van het RSV zijn de focus op maatschappelijk debat, de verbrede rol van open ruimte en invulling in functie van klimaat- en energievraagstukken, gelijkwaardige partnerschappen en geïntegreerde gebiedsontwikkeling.

Meer info

Milieuverkenning 2030, hoofdstuk Landgebruik

Statistieken geografie  - FOD Economie, ADSEI

Rapport landgebruik in Vlaanderen (VMM, INBO, 2009)

Visietekst van het Expertenforum Ruimte Vlaanderen (2012)

 

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht