Deel deze pagina

Verzenden

Verwerking van huishoudelijk afval

Deze indicator toont hoe het huishoudelijk afval wordt verwerkt.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verwerking van huishoudelijk afval (Vlaanderen, 2000-2014)

Bron: OVAM
Cijfers in Excel.


Verloop

Bijna twee derde van totaal huishoudelijk afval gaat naar materiaalrecuperatie

In 2014 werd 70,4 % van het huishoudelijk afval selectief ingezameld met het oog op recyclage, composteren of hergebruik. 92 % hiervan ging naar een of andere vorm van materiaalrecuperatie: bijna 58 % ging naar recyclage, iets minder dan 31 % naar compostering en 4 % naar hergebruik. Daarnaast werd 5 % van het selectief ingezameld afval gestort en 3 % verbrand. Bij storten ging het om asbesthoudend bouw- en sloopafval of bouw- en sloopafval waarvoor, door de samenstelling of verontreinigingsgraad, geen recyclagemogelijkheid voorhanden was. De hoeveelheid bouw- en sloopafval die werd gestort nam toe van 63 kton in 2000 naar 109 kton in 2014. Bij verbranden ging het voornamelijk om (verontreinigd) houtafval. De hoeveelheid houtafval die werd verbrand steeg van 2,7 kton in 2007 naar 62,9 kton in 2014. Dit heeft te maken met het feit dat sinds enkele jaren houtafval automatisch als verontreinigd wordt aangeduid wanneer containerparken maar één container voor houtafval hebben. Het MIP-project OPT-I-SORT onderzoekt hoe technisch-economisch de meest optimale inzameling en sortering van post-consumer houtafval van huishoudens en bedrijven kan worden gerealiseerd met het oog op recyclage.

Van het huishoudelijk restafval ging bijna 92 % naar verbranding, ruim 6 % ging naar voorbehandeling (drogen-scheiden) en bijna 2 % – voornamelijk niet-brandbaar grofvuil – werd gestort.

Omgerekend betekent dit dat zo’n 65 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval naar materiaalrecuperatie ging: bijna 41 % ging naar recyclage, iets minder dan 22 % naar compostering of vergisting en 3 % naar hergebruik. 29 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval werd verbrand, nagenoeg volledig met energierecuperatie. Ongeveer 93 % hiervan was restafval. De overige 7 % was selectief ingezameld afval, voornamelijk verontreinigd houtafval (zie hoger). 4 % van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval werd gestort. 87 % hiervan was selectief ingezameld afval (asbesthoudend bouw- en sloopafval of bouw- en sloopafval waarvoor, door de samenstelling of verontreinigingsgraad, geen recyclagemogelijkheid voorhanden was, zie hoger). De overige 13 % van het gestorte huishoudelijk afval was restafval, voornamelijk niet-brandbaar grofvuil. Verder ging 2 % van het huishoudelijk afval naar voorbehandeling (drogen-scheiden).

… maar er is nog heel wat ruimte voor verbetering

Hoewel in 2014 meer dan twee derde van het huishoudelijk afval naar materiaalrecuperatie ging tonen sorteeranalyses duidelijk aan dat er nog ruimte is voor verbetering. Uit een sorteeranalyse van het aan huis ingezamelde grofvuil in 2011 bleek dat 37 % van dit afval volgens het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen mogelijk nog geschikt was voor materiaalrecuperatie. Sinds 1 juli 2013 moet de inzameling van grofvuil wettelijk gezien overal betalend zijn. Zo worden particulieren aangemoedigd om recycleerbare fracties apart aan te bieden en herbruikbare goederen naar een kringloopcentrum te brengen. In 2014 daalde de hoeveelheid grofvuil alvast met 2,7 kg per inwoner als gevolg van deze maatregel.

Ook het huisvuil kan nog beter worden gesorteerd. Een sorteeranalyse van de Vlaamse huisvuilzak en -container in de periode 2013-2014 toonde dat ruim de helft van het huisvuil bestond uit recycleerbaar of composteerbaar afval: 44,5 % was afval waarvoor er in elke gemeente selectieve inzamelmogelijkheden bestaan of dat thuis kan gecomposteerd worden, 10,5 % was recycleerbaar afval dat niet overal selectief wordt ingezameld. Bij de laatste fractie ging het om gemengd kunststofafval, de eerste fractie bevatte een aanzienlijk aandeel recycleerbaar verpakkingsafval (11,4 %) en composteerbaar keuken- en tuinafval (14,9 %).

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht