Deel deze pagina

Verzenden

Verwerking van bedrijfsafval en nieuwe grondstoffen

De indicator toont hoe het primair bedrijfsafval en de secundaire grondstoffen (vóór 2012) en nieuwe grondstoffen (vanaf 2012) worden verwerkt.

Primair bedrijfsafval omvat het afval geproduceerd door de bedrijven, exclusief het afval van de afvalverwerkende sector. Het gaat dus om afvalstoffen die ontstaan bij de oorspronkelijke producent, en niet bij de latere verwerking van het afval.

Vóór het in werking treden van het Materialendecreet en het Vlarema in 2012 bestond het systeem van secundaire grondstoffen. Een secundaire grondstof was een afvalstof die onder bepaalde voorwaarden de afvalstatus verloor op het moment dat ze als grondstof ingezet werd. Sinds het in voege treden van het Materialendecreet en Vlarema bestaat de categorie ‘secundaire grondstoffen’ niet meer. Wel verliezen bepaalde materialen die aan specifieke voorwaarden voldoen hun afvalstatus reeds bij hun productie. Dit zijn de ‘nieuwe grondstoffen. In de praktijk gaat het grotendeels om dezelfde grondstoffen die vóór 2012 gemeld werden als secundaire grondstoffen, maar er worden ook grondstoffen aangegeven die vroeger niet als secundaire grondstof gemeld werden.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* primair bedrijfsafval inclusief nieuwe grondstoffen en afval dat gebruikt wordt als secundaire grondstof; alle cijfers berekend door extrapolatie van meldingsgegevens

Bron: OVAM
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Driekwart van primair bedrijfsafval en nieuwe grondstoffen krijgt tweede leven

In 2014 ging 40 % van de totale hoeveelheid primair bedrijfsafval en primaire nieuwe grondstoffen rechtstreeks naar een of andere vorm van materiaalrecuperatie: hergebruik, direct gebruik als nieuwe grondstof, recyclage of compostering. 5 % ging rechtstreeks naar verbranding, 2 % werd rechtstreeks afgevoerd naar stortplaatsen. De overige 53 % werd gesorteerd of op een andere manier voorbehandeld vooraleer het verder werd verwerkt (figuur 1).

Na eventueel één bijkomende stap van sortering of een andere vorm van voorbehandeling ging ruw geschat 77 % van de primaire bedrijfsafvalstoffen en nieuwe grondstoffen naar materiaalrecuperatie (figuur 2). Dat is 6 % meer dan in 2007, het eerste jaar waarvoor deze indicator berekend werd. De sterke stijging in 2012 heeft deels te maken met een deel van de nieuwe grondstoffen die vroeger niet of minder gemeld werden en materialen die beter in kaart gebracht zijn, zoals compost. Na één voorbehandelingstap ging 8 % van het primair bedrijfsafval naar verbranden en 4 % naar storten. De rest werd verder voorbehandeld voor het terug ingezet (materiaalrecyclage), gestort of verbrand werd.

15 % van de totale hoeveelheid primair afval en primaire nieuwe grondstoffen zijn selectief ingezamelde materialen afkomstig van bouw- en sloopactiviteiten. De steenachtige fractie hiervan – goed voor ongeveer 95 % van het totaal – wordt, eventueel na sortering of een andere vorm van voorbehandeling, voor meer dan 99 % gerecycleerd tot granulaten. Die worden toegepast in of als bouwstof, het grootste deel in funderingen van wegen en infrastructuurwerken. Het beleidsprogramma ‘Materiaalbewust bouwen in kringlopen’ (2014-2020), dat het kader vormt voor de omslag naar een duurzaam materialenbeleid in de Vlaamse bouwsector, wil de inzet van gerecycleerde granulaten in hoogwaardiger toepassingen stimuleren zodat het gebruik van primaire materialen verder kan afnemen.

Assen en slakken zijn goed voor nog eens ruim 15 % van de totale hoeveelheid primair afval en primaire nieuwe grondstoffen. Non-ferroslakken worden vaak in stortklaar beton gebruikt, ferroslakken in de cementproductie ter vervanging van kalk. Assen afkomstig van elektriciteitscentrales op steenkool worden zo goed als volledig als alternatieve grondstof gebruikt (als bouwstof, bij productie van straalmiddel, in beton en funderingslagen). Assen van afvalverbranding worden in Vlaanderen niet gerecupereerd. Een deel gaat wel naar Nederland en Duitsland waar het verwerkt wordt tot bouwstof.

Ruim twee derde van nieuwe grondstoffen is afkomstig van bouw- en sloopactiviteiten

Materiaalrecuperatie omvat hergebruik, gebruik als nieuwe grondstof, recyclage en compostering. Nieuwe grondstoffen zijn materialen die hun afvalstatus reeds verliezen bij hun productie, en die dus direct kunnen ingezet worden. In 2014 kwam 4,5 miljoen ton nieuwe grondstoffen vrij bij bedrijven (primaire nieuwe grondstoffen). De drie grootste stromen waren assen en slakken, voornamelijk afkomstig van de ferro- en non-ferro-industrie (60 %), materialen van delfstoffen en mineralen (12 %), en materialen van de vergisting van organisch-biologisch bedrijfsafval (8 %).

Daarnaast kwam er nog eens 15,2 miljoen ton nieuwe grondstoffen vrij bij de verwerking van het primair afval (secundaire nieuwe grondstoffen). Het grootste deel hiervan (86 %) waren steenachtige materialen afkomstig van bouw- en sloopactiviteiten die vrijkomen bij puinbrekers. Op het totaal van primaire en secundaire grondstoffen, hebben steenachtige materialen afkomstig van bouw- en sloopactiviteiten en assen en slakken het grootste aandeel (69 % en 16 %).

Nog meer sortering aan de bron mogelijk

In 2014 werd 93 % van het totaal primair bedrijfsafval selectief ingezameld. De resterende 7 % is het gemengd bedrijfsafval of bedrijfsrestafval. In opdracht van de OVAM werd in 2012 de samenstelling van deze afvalstroom geanalyseerd. Uit die steekproef bleek dat 14 tot 23 % van het gemengd bedrijfsafval hoogwaardig kon gerecycleerd worden. Voor het bouw- en sloopafval in afzetcontainers liep dit aandeel zelfs op tot 61 %. Sortering aan de bron zou recyclage en andere vormen van materiaalrecuperatie een stuk gemakkelijker maken.

Ook voor plantaardig en dierlijk afval lijkt er bij bepaalde sectoren, meer bepaald ziekenhuizen, horeca en supermarkten, nog potentieel te zijn voor sortering aan de bron. Hoewel er geen cijfers zijn over de samenstelling van het restafval van die sectoren, wijst de verhouding van de hoeveelheid restafval t.o.v. de hoeveelheid selectief ingezameld afval van plantaardige of dierlijke oorsprong van die sectoren erop dat het restafval nog grote hoeveelheden plantaardig en dierlijk afval bevat.

De hoeveelheid bedrijfsrestafval bleef vrij constant tussen 2007 en 2014, schommelend rond de 1 miljoen ton (zie indicator Hoeveelheid bedrijfsafval). Het ontwerp uitvoeringsplan voor huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval (2016-2022) wil het aanbod bedrijfsrestafval tegen 2022 met 15 % verminderen t.o.v. 2013 door een verder doorgedreven selectieve inzameling aan de bron. Sinds 1 juli 2013 is elke afvalstoffenproducent verplicht om een contract af te sluiten met de afvalstoffeninzamelaar van het gemengde bedrijfsafval. In dit contract moeten alle verplicht in te zamelen afvalstoffen die vrijkomen opgesomd worden samen met hun vooropgestelde inzamelwijze.

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht