Deel deze pagina

Verzenden

Hoeveelheid gestort bedrijfsafval

Deze indicator toont hoeveel primair en secundair bedrijfsafval er wordt gestort. Primair bedrijfsafval omvat het afval geproduceerd door de bedrijven, exclusief het afval van de afvalverwerkende sector. Bij de verwerking van primair afval, afkomstig van zowel huishoudens als bedrijven, ontstaat secundair bedrijfsafval. Het gaat onder meer om afval dat sorteerinstallaties verlaat, de restfracties van recyclageprocessen en de bodemassen en vliegassen van verbrandingsinstallaties.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van gegevens OVAM (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Hoeveelheid niet-brandbaar gestort bedrijfsafval voor het eerst in vier jaar gedaald

In 2013 werd 1,7 miljoen ton bedrijfsafval gestort. Dat is 0,2 miljoen ton minder dan het jaar voordien, en de eerste daling sinds 2009. De niet-brandbare stromen kwamen terecht op monostortplaatsen (29 % van het gestort bedrijfsafval) en openbare stortplaatsen (59 %). Het brandbaar afval (12 %) werd afgevoerd naar openbare stortplaatsen.

De daling van het gestort bedrijfsafval in 2013 is grotendeels toe te schrijven aan een lagere aanvoer van niet-brandbaar afval op monostortplaatsen. Vooral de aanvoer van slib daalde sterk. De aanvoer van niet-brandbaar afval op openbare stortplaatsen steeg daarentegen licht (+1 %). Dit komt vooral door een toename van de hoeveelheid niet-reinigbare grond en asbesthoudend afval, een gevolg van de doelstellingen om meer verontreinigde terreinen te saneren en om asbestcement actief te verwijderen. Met 23 % respectievelijk 15 % maakten deze stromen een groot aandeel uit van de aanvoer van niet-brandbaar afval op openbare stortplaatsen in 2013. Andere belangrijke stromen waren gevaarlijk gesolidificeerd afval (22 %) en bodem- en vliegassen (20 %). Niet-gevaarlijk niet-gesolidificeerd bedrijfsafval en huishoudelijk restafval waren samen goed voor 5 % van het niet-brandbaar afval op openbare stortplaatsen.

Volgens het MINA-plan 4 (2011-2015) moet de hoeveelheid niet-brandbaar gestort bedrijfsafval tegen 2015 afnemen t.o.v. 2007-2009. In 2013 werd 1,5 miljoen ton niet-brandbaar bedrijfsafval gestort, dat is nog 11 % boven de doelstelling.

Nog maar 11 % van gestort bedrijfsafval is brandbaar

De gestorte hoeveelheid brandbaar bedrijfsafval nam tussen 2006 en 2013 met 80 % af. In 2013 was nog maar 11 % van het bedrijfsafval dat op stortplaatsen terecht kwam, brandbaar afval. Dit is onder meer het gevolg van de aanpassing van de heffingen op storten en verbranden op 1 januari 2007.

De grootste fracties brandbaar gestort afval waren shredderafval (40 % in 2013), recyclageresidu’s (35 %) en niet-gevaarlijk niet-gesolidificeerd bedrijfsafval (25 %). Vooral de hoeveelheid shredderafval nam de laatste jaren sterk af (-64 % tussen 2010 en 2013). Dat komt omdat er door het progressief verhogen van de heffingen op het storten van shredderafval, initiatieven vanuit de sector kwamen om het shredderafval verder te laten uitsorteren in postshredderinstallaties (ferro, non-ferro, bepaalde kunststoffen) vooraleer het te storten. Daardoor steeg de postshredder-fractie in het gestorte shredderafval van 59 % in 2011 naar 98 % in 2013.

Oude stortplaatsen als bron van materialen?

Verschillende bedrijven en universiteiten doen onderzoek naar ‘Landfill mining’: het opgraven van oude storten om de waardevolle materialen te valoriseren. Deze projecten bieden de mogelijkheid om naast de materialen ook de ingenomen oppervlakte opnieuw in gebruik te nemen. Hiervoor is er veel interesse vanuit industriële, academische en beleidskringen. Verder onderzoek en proefprojecten zijn nodig om het potentieel en de haalbaarheid te testen.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht