Deel deze pagina

Verzenden

Hoeveelheid huishoudelijk afval

 

Deze indicator omvat de totale hoeveelheid huishoudelijk afval die de gemeenten inzamelen. Heel wat stromen worden selectief ingezameld met het oog op nuttige toepassing (hergebruik, recyclage, composteren, vergisten). Bepaalde stromen, zoals asbesthoudend bouw- en sloopafval, worden selectief ingezameld om ze op een gecontroleerde en milieuverantwoorde manier te kunnen verbranden of storten. Het niet-selectief ingezamelde deel van het huishoudelijk afval wordt het restafval genoemd en omvat het huisvuil, het grofvuil en het gemeentevuil.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Bron: MIRA op basis van gegevens OVAM (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Hoeveelheid huishoudelijk afval opnieuw gedaald

In 2014 werd 3,17 miljoen ton huishoudelijk afval ingezameld. Dat is 491 kg per inwoner, 11 kg per inwoner minder dan het jaar voordien. Op Europees niveau scoren we hiermee goed. In 2013 werd per inwoner 435 kg huishoudelijk afval exclusief bouw- en sloopafval ingezameld in Vlaanderen (432 kg per inwoner in 2014). Dat is minder dan het EU-28 gemiddelde van 481 kg per inwoner, en ook een stuk minder dan de hoeveelheden ingezameld in Duitsland (617 kg per inwoner), Frankrijk (530 kg per inwoner) en Nederland (526 kg per inwoner).

Het Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA-plan 4) stelt dat de hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner gelijk moet blijven of verminderen t.o.v. 2000. Deze doelstelling wordt al sinds 2001 ieder jaar gehaald.

Vooral selectief ingezameld afval vertoont sterk dalende trend

Behalve in 2011 daalde de hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner tussen 2007 en 2014 jaarlijks met gemiddeld 2,1 %. Dit is vooral te danken aan de afname van het selectief ingezameld afval, dat 70,4 % van het huishoudelijk afval uitmaakte in 2014. Drie van de grootste stromen, bouw- en sloopafval (17 % van het selectief ingezameld afval in 2014), groenafval (20 %), en groente-, fruit- en tuinafval (GFT; 12 %) vertoonden globaal gezien een dalende trend over de periode 2007-2014 (respectievelijk -27 %, -18 % en -13 % over de beschouwde periode). Dit komt onder meer omdat op steeds meer containerparken betaald moet worden voor groenafval en bouw- en sloopafval. Daardoor verplaatst het bouw- en sloopafval zich naar private inzameling (vb. puinzak die bij doe-het-zelf-zaken kan worden gehuurd of private afzetcontainers). Groenafval wordt waarschijnlijk steeds vaker thuis gecomposteerd. Daarnaast vindt er ook een steeds strengere toegangscontrole plaats op het containerpark. Dit zorgt ervoor dat enkel particulieren hun afval kunnen brengen, of dat bedrijven enkel hun afval kunnen brengen wanneer de volledige inzamel- en verwerkingskost wordt doorgerekend. Ook dit zorgt voor een daling van het groenafval en het bouw- en sloopafval. In 2014 vertoonde de hoeveelheid bouw- en sloopafval een opvallend sterke daling: -12 %. Groenafval en GFT namen daarentegen met 2 % toe.

Naast groenafval, bouw- en sloopafval en GFT, daalde ook de hoeveelheid metaalafval (3 % van het selectief ingezameld afval) aanzienlijk over dezelfde periode (-18 %). Omwille van de alsmaar hogere grondstofprijzen wordt deze fractie steeds meer ingezameld door schroothandelaars. Papier- en kartonafval, met een aandeel van 20 % de grootste selectief ingezamelde stroom na groenafval, bleef tot 2011 vrij constant maar vertoonde de laatste drie jaar wel een lichte daling. Naast de digitalisering en het op de markt brengen van lichtere (kartonnen) verpakkingen, kan dit ook verklaard worden door een toename van alternatieve inzamelingen door privé-inzamelaars. Deze hoeveelheden worden niet door FostPlus of de OVAM geregistreerd. Glasafval en houtafval, goed voor respectievelijk 9 % en 7 % van het selectief ingezameld afval, bleven vrij constant over de periode 2007-2014.

De hoeveelheid kunststofafval (3 % van het selectief ingezameld afval) vertoonde een stijgende trend (+9 % over de periode 2007-2014). Dit komt o.a. omdat steeds meer gemeenten kunststofafval apart inzamelen. Ook de hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA; 3 %) steeg systematisch tot 2011. Sindsdien is er een zeer lichte afname.

De hoeveelheid restafval daalde in 2013 en 2014 met 1,5 respectievelijk 2,2 kg per inwoner na een periode van stagnatie. Doordat de hoeveelheid restafval trager afnam dan de hoeveelheid selectief ingezameld afval, vertoont de selectieve inzamelgraad een langzaam dalende trend, van 71,9 % in 2009 naar 70,4 % in 2014. De evolutie van de hoeveelheid restafval wordt verder besproken bij de indicator ‘Hoeveelheid huishoudelijk restafval’.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht