Deel deze pagina

Verzenden

Hoeveelheid bedrijfsafval

Primair bedrijfsafval omvat het afval geproduceerd door de bedrijven, exclusief het afval van de afvalverwerkende sector. Het gaat dus om afvalstoffen die ontstaan bij de oorspronkelijke producent, en niet bij de latere verwerking van het afval. De indicator toont de hoeveelheid primair bedrijfsafval exclusief het afval dat werd ingezet als secundaire grondstof (vóór 2012) en exclusief nieuwe grondstoffen (vanaf 2012).

Vóór het in werking treden van het Materialendecreet en het Vlarema in 2012 bestond het systeem van secundaire grondstoffen. Een secundaire grondstof was een afvalstof die onder bepaalde voorwaarden de afvalstatus verloor op het moment dat ze als grondstof ingezet werd. Sinds het in voege treden van het Materialendecreet en Vlarema bestaat de categorie ‘secundaire grondstoffen’ niet meer. Wel verliezen bepaalde materialen die aan specifieke voorwaarden voldoen hun afvalstatus reeds bij hun productie. Dit zijn de ‘nieuwe grondstoffen’. In de praktijk gaat het grotendeels om dezelfde grondstoffen die vóór 2012 gemeld werden als secundaire grondstoffen, maar er worden ook grondstoffen aangegeven die vroeger niet als secundaire grondstof gemeld werden.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

* primair bedrijfsafval exclusief nieuwe grondstoffen en secundaire grondstof; alle cijfers berekend door extrapolatie van meldingsgegevens ** gemiddelde van jaar x-1 en jaar x+1

Bron: OVAM
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Milieubeleid zorgt voor afval

In 2014 produceerden de Vlaamse bedrijven 13,9 miljoen ton primair afval (figuur 1). Dat is ruim vier keer meer dan de ingezamelde hoeveelheid huishoudelijk afval. De grootste stromen waren afval van de waterzuivering (18 %), bouw- en sloopafval (16 %) en verontreinigde grond (13 %). Deze stromen zijn atypisch in de zin dat ze deels het gevolg zijn van milieubeleid. Om een materiaal- en energie-efficiënter gebouwenpark te bekomen zijn er immers verbouwingen nodig, en het milieubeleid stimuleert ook een verhoogde aansluitingsgraad op rioleringen en een doorgedreven bodemsanering. Daarbij ontstaan onvermijdelijk veel afvalstoffen. Een groot deel van dit afval gaat evenwel naar materiaalrecuperatie. Zo wordt het steenachtig bouw- en sloopafval, eventueel na sortering of een andere vorm van voorbehandeling, voor meer dan 99 % gerecycleerd (zie indicator Verwerking van bedrijfsafval en nieuwe grondstoffen).

Hoeveelheid primair bedrijfsafval exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond laatste jaren vrij stabiel

De hoeveelheid primair bedrijfsafval exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond vertoonde een dalende trend tussen 2004 en 2009 (-17 %) maar bleef sindsdien vrij stabiel (figuur 1). In 2014 ging het om 7,4 miljoen ton. De grootste fracties hierin waren afval van plantaardige of dierlijke oorsprong (20 %), niet-selectief ingezameld bedrijfsafval of bedrijfsrestafval (12 %) en papier- en kartonafval, exclusief verpakkingsmateriaal (11 %). De hoeveelheid niet-selectief ingezameld bedrijfsafval bleef vrij constant tussen 2007 en 2014, schommelend rond de 1 miljoen ton (figuur 2). Ook de hoeveelheid papier- en kartonafval bleef vrij stabiel over diezelfde periode. De hoeveelheid afval van plantaardige of dierlijke oorsprong vertoonde daarentegen een stijgende trend.

Volgens het Milieubeleidsplan 2011-2015 (MINA-plan 4) moet de hoeveelheid primair bedrijfsafval exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond, tegen 2015 afnemen ten opzichte van de periode 2005-2007. Deze doelstelling werd al vóór het begin van de planperiode gehaald. Voor wat het niet-selectief ingezameld bedrijfsafval betreft, stelt het ontwerp uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voorop dat het aanbod tegen 2022 15 % lager moet zijn dan in 2013. Hiervoor wordt ingezet op een verder doorgedreven sortering aan de bron (zie indicator Verwerking van bedrijfsafval en nieuwe grondstoffen).

Afvalproductie industrie exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond losgekoppeld van economische groei?

In 2014 kwam 60 % van het primair bedrijfsafval, exclusief bouw- en sloopafval, slib en verontreinigde grond, van de industrie (inclusief energiesector). Het MINA-plan 4 stelt dat de afvalproductie van de industrie over de periode 2011-2015 verder moet losgekoppeld worden van de economische groei van de sector. Hoewel er een lichte ontkoppeling lijkt te zijn, is deze doelstelling moeilijk te evalueren gezien het beperkt aantal datapunten en de foutenmarge op de data (figuur 3).

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht