Deel deze pagina

Verzenden

Emissie van ozonafbrekende stoffen

De uitstoot van ozonafbrekende stoffen veroorzaakt aantasting van de ozonlaag. De belangrijkste oorzaken zijn chloor- en broomhoudende verbindingen zoals chloorfluorkoolstoffen (CFK’s), chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK’s), halonen, methylbromide (CH3Br) en tetrachloorkoolstof (CCl4). Deze worden in verschillende toepassingen gebruikt. De emissie wordt uitgedrukt in CFK-11-equivalenten. 
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

*voorlopige cijfers **met inbegrip van de sector energie ***tot en met 2005 De uitstoot van ozonafbrekende stoffen veroorzaakt aantasting van de ozonlaag. Deze indicator brengt de evolutie sinds 1995 van de emissie van ozonafbrekende stoffen in beeld.

Bron: MIRA op basis van EILucht (VMM) (WWW.MILIEURAPPORT.BE)
Cijfers in Excel.
Maak link naar deze figuur
Open grafiek in nieuw venster

Verloop

Emissie neemt verder af

Tussen 1999 en 2015 daalde de totale emissie van ozonafbrekende stoffen in Vlaanderen met 86,6 % van 709 ton CFK-11-eq tot 95 ton CFK-11-eq. Tussen2008 en 2009 daalde de emissie aanzienlijk door een correctie van de levensduur van de laatste huishoudelijke koelkasten met CFK-11 als blaasmiddel.

Uitgedrukt in ton CFK-11-eq nemen CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen)nog steeds het grootste aandeel in (bijna 66 %), gevolgd door halonen (bijna 17%) en HCFK’s (gehydrogeneerde chloorfluorkoolwaterstoffen) (bijna 10,5 %). In ton per jaar uitgedrukt kenden de emissies van CFK’s en HCFK’s een sterke afname in de periode 1999-2015. Deze stoffen werden, als gevolg van de reglementering voor ozonafbrekende stoffen, gedeeltelijk vervangen door HFK’s (fluorkoolwaterstoffen), dit vooral bij koelingstoepassingen en in de productie van diverse schuimen. HFK’s zijn vooral ontwikkeld nadat de ozonafbrekende werking van CFK’s aan het licht kwam. HFK’s hebben geen schadelijke invloed meer op de ozonlaag (ODP-waarde is gelijk aan nul), maar het zijn nog wel krachtige broeikasgassen.

Het foutief verwijderen, inzamelen en verwerken van isolatiemateriaal bij de sloop van woningen blijft een belangrijke factor bij de emissie van blaasmiddelen. Het is technisch zeer moeilijk om het isolatiemateriaal netjes uit de muur te halen en het vrijgekomen gas bij verwerking op te vangen en voor vernietiging af te voeren. Hierdoor zal de emissie van blaasmiddel nog ettelijke jaren voortduren. Ook de ontmanteling van oude airco-installaties, koelkasten en diepvriezers dient op een oordeelkundige wijze te gebeuren, dit om het vrijkomen van diverse koelmiddelen te voorkomen.

In ton per jaar was koelmiddel gebruikt in airco-installaties, koelkasten en diepvriezers in 2015 nog verantwoordelijk voor ruim 60 % van de emissie, schuim voor bijna 28 % en toepassingen in de chemische industrie voor meer dan 7,5 % van de emissie.

Emissie in 2015 meer dan 47 % onder de doelstelling van 2010

Het MINA-plan 4 (2011-2015) vermeldt geen nieuwe doelstelling. Het MINA-plan 3+ (2008-2010) beoogde de emissie tegen 2010 terug te dringen met ten minste 74,5 % ten opzichte van de emissie in 1999. Concreet moest de uitstoot tegen 2010 herleid worden tot 180,9 ton CFK-11-eq.

De doelstelling werd ruim gehaald. De uitstoot van ozonafbrekende stoffen lag in 2010 al meer dan 33 % onder dit doel. In 2015 lag de emissie bijna47,5 % onder het doel voor 2010. Nu bepaalt vooral de Europese regelgeving het verdere verloop van de afbouw van deze emissie en is daarbij zeer ambitieus. De Europese regelgeving is ondergebracht in Verordening (EG) nr. 1005/2009 die afbouwschema’s en verboden voor de productie, het op de markt brengen en het gebruiken van ozonafbrekende stoffen bevat. Het doel van het Montreal-protocol  is het gebruik van ozonafbrekende stoffen eerst te beperken en uiteindelijk volledig te stoppen. Meer bepaald gaat het om de versnelde eliminatie van CFK’s (ook in ontwikkelingslanden) waarvan de productie moet beëindigd zijn tegen 2020.

Industrie verantwoordelijk voor meer dan 53 %van de ozonafbrekende stoffen in 2015

De industrie (incl. de energiesector) geeft aanleiding tot meer dan 53,5 % van de emissie van ozonafbrekende stoffen. De sector handel & diensten is in 2015 voor meer dan 32,5 % verantwoordelijk voor de emissie van ozonafbrekende stoffen. Vanaf 2009 is deze sector niet langer de grootste uitstoter van ozonafbrekende stoffen. De transportsector ende huishoudens zijn in 2015 respectievelijk verantwoordelijk voor bijna 9,5 % en ruim 5 % van de emissie. In de landbouw is het gebruik methylbromide als bodemontsmettingsmiddel in Vlaanderen sinds 2006 verboden. Bijgevolg stoot deze sector niet langer ozonafbrekende stoffen uit.

Meer info

Lozingen in de lucht 2000-2015, VMM, 2016 -> zie Deel II – Hoofdstuk 7 ‘Verdunning van de ozonlaag’

Departement Omgeving – Verdunning  van de ozonlaag

Regelgeving rond de verdunning van de ozonlaag

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht