Deel deze pagina

Verzenden

Humane biomonitoring - referentiewaarden hormoonverstoring

De blootstelling en effecten van schadelijke stoffen bij de bevolking kan ingeschat worden met behulp van biomonitoring. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsmerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling meegenomen worden. Deze inwendige blootstelling kan gekoppeld worden aan vroegtijdige omkeerbare biologische effecten of gezondheidseffecten (effectbiomerkers).

In het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid werden twee Vlaamse humane biomonitoringsprogramma’s (VHBP) uitgevoerd. In opeenvolgende campagnes werden bij pasgeborenen (navelstrengbloed), adolescenten en volwassenen milieugevaarlijke stoffen gemeten. In het eerste VHBP werd nagegaan of het mogelijk was om verschillen te meten bij bewoners van verschillende gebieden. In het tweede VHBP wil men referentiewaarden voor de algemene bevolking in Vlaanderen bepalen, dit noemt men de referentiebiomonitoring.
De resultaten zijn geen streefwaarden of normen gebaseerd op gezondheidsrisico’s maar kunnen wel een vergelijkingsbasis vormen. De gemiddelden zijn de gemiddelde waarden, de P90 geeft een idee van de hoogste piekwaarden; de P10 geeft een idee van de laagste piekwaarden.

Bepaalde milieuverontreinigende stoffen zijn in staat om de werking van hormonen in het menselijk lichaam te imiteren, te verhinderen of te versterken. Dit heet hormoonverstoring. Hormoonverstoring kan leiden tot een hele reeks biologische effecten (bv. vertraagde of versnelde puberteitsontwikkeling, fertiliteitsproblemen), maar ook een bijdrage hebben in ziekte of gezondheidsproblemen (bv. bepaalde kankers, endometriose …).

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Vlaamse referentiewaarden (gemiddelde 10e en 90e percentiel) voor schildklierhormonen, sex hormonen en metabole hormonen

Bron: Steunpunt Milieu en gezondheid (2010)
Cijfers in Excel.


Verloop

In het 2e VHBP werden volgende referentiewaarden bepaald:

  • hormonen
    • schildklierhormonen
    • sex hormonen
    • metabole hormonen
  • puberteitsontwikkeling bij jongeren
  • fertiliteit
    • miskramen
  • fertiliteitsbehandeling bij de vrouw

Hormonen

Bepaalde polluenten kunnen de groei verstoren dit zowel voor als na de geboorte. Het meten van enkele schildklierhormonen die gerelateerd zijn aan de groei kunnen dit mee helpen in kaart brengen. De resultaten van de twee VHBP’s zijn vergelijkbaar. Enkel bij pasgeborenen werden verbanden gevonden tussen factoren zoals rookgedrag van de moeder en te vroeggeboren zijn en hormoonniveaus.
De sex hormonen of geslachtshormonen kunnen beïnvloed worden door hormoonverstorende polluenten. Over de metingen in navelstrengbloed is er nog weinig gekend zodat de relatie tussen deze hormoonniveaus en mogelijke gezondheidseffecten nog niet duidelijk is. Er werden wel verbanden gevonden tussen de hormoonniveaus en het geslacht van de baby, de rookgewoonten van de moeder, de leeftijd van de moeder en de aard van de bevalling. Voor de jongeren werden de geslachtshormonen enkel bepaald bij jongens, bij meisjes is er te veel interferentie met de menstruatiecyclus om de resultaten te bepalen. Hier werden verbanden gevonden tussen bepaalde hormoonniveaus en leeftijd, BMI, het uur van de bloedopname en het scholingstype (BSO), mogelijk kunnen onderliggende factoren (bv. leeftijd, roken, voeding) het laatste verband verklaren. Metabole hormonen zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van obesitas. Er is echter nog weinig gekend over de rol van die hormonen, zodat het niet mogelijk is om dit te linken aan gezondheidseffecten. Voor leptine zijn er verbanden gevonden tussen de BMI van de moeder en de zwangerschapsduur en voor insuline werd een effect gevonden van roken.

Puberteitsontwikkeling

Puberteit wordt weergegeven a.d.h.v. de vijf stadia van Tanner & Marshal. Deze geven aan in welk stadium van de puberteit een persoon zich bevindt op basis van uiterlijke kenmerken (bv. borstontwikkeling, pubisbeharing). Deze gegevens werden verkregen via het medisch schooltoezicht in de CLB’s. Meer jongens uit een stedelijke omgeving bleken in een hoger stadium te zitten dan jongens uit een niet-stedelijke omgeving. Voor de meisjes werd een relatie teruggevonden met de lichtaamssamenstelling. Minder meisjes met ondergewicht hadden al een hoger stadium voor borstontwikkeling bereikt wat wijst op een tragere ontwikkeling. Ook met het opleidingstype werd een relatie gevonden. De leeftijd van de eerste menstruatie blijkt later te zijn bij een wekelijkse alcoholconsumptie.

Fertiliteit

Het aantal eerdere miskramen werd verkregen door bevraging. De frequentie nam toe met de leeftijd en met het aantal bevallingen die de vrouw al gehad heeft. De informatie over de vruchtbaarheidsbehandelingen werd ook via bevraging verkregen. Er waren meer vruchtbaarheidsbehandelingen bij vrouwen met een probleem met de vruchtbaarheidsorganen (bv. endometriose …); bij vrouwen met onregelmatige cyclus en bij oudere vrouwen. 8,6 % van de vrouwen onderging hormonale stimulatie en 6,3 % onderging IVF of ICSI.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht