Deel deze pagina

Verzenden

Humane biomonitoring - referentiewaarden blootstelling VOS en PAK's

De blootstelling en effecten van schadelijke stoffen bij de bevolking kan men inschatten met behulp van biomonitoring. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsbiomerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling in rekening worden gebracht.

In het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid werden twee Vlaamse humane biomonitoringsprogramma’s (VHBP) uitgevoerd. In opeenvolgende campagnes werden bij pasgeborenen (navelstrengbloed), adolescenten en volwassenen milieugevaarlijke stoffen gemeten. In het eerste VHBP werd nagegaan of het mogelijk was om verschillen te meten bij bewoners van verschillende gebieden. In het tweede VHBP wil men referentiewaarden voor de algemene bevolking in Vlaanderen bepalen, dit noemt men de referentiebiomonitoring.
De resultaten zijn geen streefwaarden of normen gebaseerd op gezondheidsrisico’s maar kunnen wel een vergelijkingsbasis vormen bij specifieke blootstellingsituaties. Het referentiegemiddelde geeft de gemiddelde blootstelling weer, de P90 geeft de piekwaarden weer.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Referentiewaarden 1-hydroxypyreen in urine (Vlaanderen, 2001, 2008)

Bron: Steunpunt Milieu en Gezondheid (2010)
Cijfers in Excel.


Verloop

Referentiewaarden blootstelling polycyclisch aromatische koolwaterstoffen

In het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid werden in de individuele stalen van de volwassenen en de jongeren 1-hydroxypyreen bepaald als biomerker voor de blootstelling aan polycyclisch aromatische koolwaterstoffen en meer bepaald voor de blootstelling aan pyreen. Deze biomerker wordt courant gebruikt. Roken, passief roken en eten van gegrilde of geroosterde voeding bij volwassen gaf aanleiding tot hogere concentraties 1-hydroxypyreen in de urine. De teruggevonden referentiewaarden in Vlaanderen (tabel) zijn vergelijkbaar met waarden teruggevonden in de internationale literatuur.
Daarnaast werden er ook mengstalen gemaakt. Stalen van verschillende personen uit dezelfde provincie werden hiervoor bijeengevoegd. Hiervan kunnen geen referentiewaarden bepaald worden. Op deze stalen werden de biomerkers 1-naftol en 2-naftol gemeten. Deze stoffen zijn algemeen aanwezig en makkelijk te meten, maar zijn niet zo relevant voor de gezondheidseffecten. Daarnaast werd ook B(a)P tetrol gemeten, wat een goede indicator is voor kankerverwekkende PAK’s, maar de concentraties in de mengstalen lag onder de concentratie die kan gemeten worden.

Referentiewaarden blootstelling vluchtige organische stoffen

Voor de blootstelling aan vluchtige organische stoffen werd de biomerker t,t,-muconzuur in urine gekozen. Deze biomerker is een maat voor de blootstelling aan benzeen gedurende de twee dagen voor de staalname. De Vlaamse referentiewaarden (tabel) hebben een kleine spreiding en zijn gelijkaardig aan de waarden teruggevonden in de internationale wetenschappelijke literatuur.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht