Deel deze pagina

Verzenden

Humane biomonitoring - refentiewaarden effect - astma en allergie

De blootstelling en effecten van schadelijke stoffen bij de bevolking kan ingeschat worden met behulp van biomonitoring. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsmerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling meegenomen worden. Deze inwendige blootstelling kan gekoppeld worden aan vroegtijdige omkeerbare biologische effecten of gezondheidseffecten (effectbiomerkers).

In het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid werden twee Vlaamse humane biomonitoringsprogramma’s (VHBP) uitgevoerd. In opeenvolgende campagnes werden bij pasgeborenen (navelstrengbloed), adolescenten en volwassenen milieugevaarlijke stoffen gemeten. In het eerste VHBP werd nagegaan of het mogelijk was om verschillen te meten bij bewoners van verschillende gebieden. In het tweede VHBP wil men referentiewaarden voor de algemene bevolking in Vlaanderen bepalen, dit noemt men de referentiebiomonitoring.
De resultaten zijn geen streefwaarden of normen gebaseerd op gezondheidsrisico’s maar kunnen wel een vergelijkingsbasis vormen.

Astma is een chronische ontstekingsziekte van de longen die zich uit als piepende ademhaling, hoesten en kortademigheid. Deze is vaak ook geassocieerd met andere allergieën zoals hooikoorts en eczeem. Astma kan op alle leeftijden voorkomen. Bij baby’s en kinderen die astma hebben, kan de astma verdwijnen op volwassen leeftijd. Anderzijds kunnen volwassenen zonder astma in hun jeugd ook op volwassen leeftijd astma krijgen.
Om een volledig beeld te krijgen van deze problematiek, werden daarom verschillende parameters bepaald op basis van specifieke vragen (bv. heeft u de voorbije 12 maand geneesmiddelen gebruikt tegen hooikoorts).

 

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Vlaamse referentiewaarden astma

Bron: Steunpunt Milieu en Gezondheid (2010)
Cijfers in Excel.


Verloop

De verschillende parameters van astma en allergie die onderzocht werden in het tweede VHBP zijn: 

  • astmaklachten ooit
  • astma diagnose arts
  • huidig astma
  • hooikoortsklachten ooit
  • hooikoorts
  • eczeem
  • allergie voor voedingsmiddelen, geneesmiddelen of insectenbeten de afgelopen 5 jaar
  • allergie voor metaal, verzorgingsproducten, huishoud- en onderhoudsproducten in de afgelopen 5 jaar
  • allergie voor dieren in de afgelopen 5 jaar

Voor astma rapporteerden relatief meer volwassenen en moeders van pasgeborenen van het tweede VHBP dat ze astma hadden dan bij het eerste VHBP. Het aantal jongeren dat astma rapporteerde bleef ongeveer gelijk. Ook studies uit de jaren 90 met jongeren en volwassenen uit Antwerpen, rapporteerden gelijkaardige cijfers. Binnen Europa is het voorkomen van astma heel divers gaande van 2,7 % in Albanië tot 22,9 % in IJsland.

Hooikoorts wordt bij het 2e VHBP het minst gerapporteerd bij moeders van pasgeborenen en het meest bij volwassenen. In vergelijking met het 1e VHBP werd er meer hooikoorts gerapporteerd bij de volwassenen, en minder bij de jongeren en moeders van pasgeborenen. Bij een studie uit de jaren 90 in Antwerpen rapporteerden 20,2 % van de jongeren hooikoorts. Voor andere allergieën waren de resultaten vergelijkbaar met eerder gerapporteerde resultaten in andere onderzoeken.
 
De verschillen tussen de verschillende onderzoeken kunnen te maken hebben met een tijdstrend, maar zijn ook deels te verklaren door verschillen in de onderzoekspopulatie en vraagstelling.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht