Deel deze pagina

Verzenden

Strengheid van het milieubeleid

De OECD werkte een volledige set uit van indicatoren om de ‘Groene Economie’ te kunnen meten en op te volgen in de toekomst (OECD, 2014). Het uitgewerkte meetkader bestaat uit vijf grote delen:

  • socio-economische context,
  • milieu- en hulpbronnenproductiviteit,
  • natuurlijk kapitaal,
  • milieudimensie van levenskwaliteit,
  • economische opportuniteiten en beleidresponses.

‘Strengheid van milieubeleid’, die thuishoort in het deel ‘economische opportuniteiten en beleidsresponses’, is een van de indicatoren die werd berekend voor verschillende OECD-landen, waaronder België.
De indicator ‘Strengheid van het milieubeleid’ wordt gedefinieerd als de mate waarin het milieubeleid een impliciete of expliciete prijs kleeft op vervuiling of milieuschadelijk gedrag (Botta & Kozluk, 2014). De methodologie van de indicator laat toe om landen te vergelijken en de evolutie doorheen de tijd op te volgen.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Verloop

Strengheid van het milieubeleid

De ‘Strengheid van het milieubeleid’ is een samengestelde indicator, waarin 15 parameters worden opgenomen, elk met een specifiek gewicht (figuur 3). De indicator is opgebouwd uit twee grote luiken: marktgebaseerd beleid en niet-marktgebaseerd beleid, beide met een gewicht van 0,5. Onder het marktgebaseerd beleid vallen vier rubrieken (taksen, handelssystemen, terugleververgoedingen of feed-in tarieven en waarborgsystemen), elk met een gewicht van 0,25 in het marktgebaseerde beleid of 12,5 % in de volledige indicator. Het niet-marktgebaseerde beleid omvat uitstootplafonds en overheidsuitgaven voor onderzoek & ontwikkeling, elk met een gewicht van 0,5 in het niet-marktgebaseerde beleid of 25% in de volledige indicator.
Elke rubriek is verder opgedeeld in een aantal parameters. De rubriek taksen bevat bijvoorbeeld 4 parameters: taksen (accijnzen) op CO2, NOx, SOx en diesel. Binnen de rubriek taksen heeft elke parameter een gewicht van 0,25. Het gewicht van elke parameter binnen een rubriek is afhankelijk van het aantal parameters, voor de meeste rubrieken hebben alle parameters eenzelfde gewicht. Aan elke parameter wordt een score van 0 tot 6 toegekend. In Vlaanderen is er bijvoorbeeld geen taks op de uitstoot van SOx, waardoor de parameter de score 0 krijgt. Hoe hoger het percentage accijnzen en taksen op de totale prijs van diesel, hoe hoger de score. Indien de accijnzen en taksen meer dan 60 % van de totale dieselprijs uitmaakt, wordt de maximale score van 6 toegekend. Op bovenstaande wijze werd voor elke parameter een scoretabel opgesteld. Na het bepalen van de scores voor elke parameter, worden de scores geaggregeerd volgens de gewichten om tot de uiteindelijke eindscore te komen (Botta & Kozluk, 2014).

Milieubeleid in Vlaanderen wordt strenger

Om de ‘Strengheid van het milieubeleid’ in Vlaanderen te berekenen, werd de methodologie opgesteld door Botta & Kozluk (2014) zo nauwkeurig mogelijk gevolgd. Waar nodig werd een proxy gebruikt. Voor bepaalde jaren waren er geen data beschikbaar voor Vlaanderen en werd de evolutie geschat op basis van Belgische data of lineaire regressie.
In het begin van het vorige decennium werd meer dan de helft van de score bepaald door de marktgebaseerde parameters (figuur 1). In 2004 steeg de totale score van de niet-marktgebaseerde parameters waardoor dit luik toen de bovenhand kreeg.
In de rubriek taksen zijn enkel de taksen op diesel van toepassing in Vlaanderen. Doordat er geen rechtstreekse taksen zijn op totale hoeveelheid emissies van CO2, NOx en SOx is de totale score voor taksen relatief beperkt. De taksen op diesel variëren tussen de 33 % en 51 % wat resulteerde in een score voor de parameter tussen 3 en 5 over de beschouwde periode 2000-2016.
Bij de handelssystemen is er een duidelijke sprong waar te nemen in 2005, de oorzaak hiervan is het in werking treden van het Europese emissiehandelssysteem. De dalende prijs voor een ton CO2 deed de score voor de parameter ‘CO2' dalen, maar dit werd gecompenseerd door een stijgende score van hernieuwbare energie.
De terugleververgoedingen hadden slechts een beperkte impact op de totale score. Het al dan niet aanwezig zijn van een waarborgsysteem (statiegeld) heeft een grote impact op de eindscore omdat de parameter de score 0 of 6 krijgt toegekend, wat resulteer in een impact van 0,75 punten in de eindscore. In de studie door Botta &Kozluk (2014) werd voor België geen dergelijk waarborgsysteem in rekening gebracht.
Bij het luik niet-marktgebasserd beleid is er een grote sprong in 2004 door de aanscherping van de uitstootnormen in de Europese Unie voor nieuw gebouwde kolencentrales en het zwavelgehalte in diesel voor wegverkeer. Voor een volgende grote sprong is het wachten tot 2014 wanneer er een aanzienlijke stijging is in de uitgaven voor onderzoek & ontwikkeling naar hernieuwbare energie.

‘Strengheid van het milieubeleid’ internationaal vergeleken

De meest recente cijfers (tot 2012) voor een internationale vergelijking (figuur 2) zijn de cijfers van Botta & Kozluk (2014). België staat achteraan het peloton. Hier moet echter de kanttekening bij worden gemaakt dat een waarborgsysteem niet werd meegerekend. Indien dit in rekening wordt gebracht, stijgt de score van België tot bijna drie en staat België bijna halfweg het peloton ter hoogte van de Verenigde Staten. In 2012 had Vlaanderen een score net onder de drie.

Strengheid en verder?

Een hoge score voor de ‘Strengheid van het milieubeleid’ zegt op zich niet alles. Het is wel duidelijk dat de landen die traditioneel goed score in allerhande groene indicatoren ook hier een hoge score kennen. Een hoge score zegt echter niets over de mate waarin een streng milieubeleid wordt gehandhaafd. De kracht van de indicator zit hoofdzakelijk in het feit dat ze kan gebruikt worden in andere studies die de relatie onderzoeken tussen de ‘Strengheid van het milieubeleid’ en andere parameters. Zo kan worden nagegaan of landen met een streng milieubeleid een stijging of daling kennen van de productiviteit, innovatie, directe buitenlandseinvesteringen, het wegtrekken van bedrijven naar landen met een lakser milieubeleid …

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht