Deel deze pagina

Verzenden

Uitgaven van de Vlaamse milieuoverheid

Deze indicator toont de uitgaven van de milieuadministratie, de Vlaamse verzelfstandigde agentschappen VMM, VLM, OVAM, de wetenschappelijke instelling INBO en de toelage aan Aquafin nv. Het zijn uitgaven voor beleidsacties, maatregelen en onderzoek maar ook de werkingskosten - dat zijn personeelskosten, huur van gebouwen, aankopen van computers ... - zijn inbegrepen.
Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Uitgaven van de Vlaamse milieuoverheid en als aandeel t.o.v. de totale uitgaven van de Vlaamse overheid (in miljoen euro, in constante prijzen van 2000) (2000-2013)

Bron: Dienst Begroting, LNE
Cijfers in Excel.


Verloop

 

Middelen voor leefmilieu gestagneerd

Tussen 2004 en 2008 stegen de middelen van de Vlaamse milieuoverheid voortdurend, uitgedrukt in constante prijzen. In 2007 en 2008 bereikten de leefmilieu-uitgaven een voorlopig hoogtepunt. In 2007 en 2008 bedroegen de middelen 934 en 963 miljoen euro aan beleidskredieten en bereikten hierdoor een aandeel van 4,8 % in de totale Vlaamse begroting. Deze piek was onder andere het gevolg van de goede totale Vlaamse kassituatie. Daardoor kon in 2007 ook de werkingstoelage aan de drinkwatermaatschappijen en de volledige historische BTW-achterstand van 100 miljoen euro uitbetaald worden.

Daarna kenden de leefmilieumiddelen door de financieel-economische crisis een lichte terugval, parallel met de besparingen binnen de Vlaamse overheid. In 2009 maskeerde een zeer lage inflatie de daling van deze middelen in constante prijzen nog. Maar in 2010 werd de afname duidelijk zichtbaar.

In 2011 trokken de uitgaven terug aan en schommelden in 2012 en 2013 verder rond hetzelfde niveau. In 2013 bedroegen de uitgaven van de Vlaamse milieuoverheid 4,5 % in de totale Vlaamse begroting.

Water en waterbodems blijft grootste uitgavenpost in 2013

In 2013 ging 54 % van de middelen naar het thema ‘water en waterbodems’. Daarmee blijft dit thema de grootste uitgavenpost. Deze uitgaven werden aangewend voor de openbare waterzuiveringsinfrastructuur in gemeenten alsook voor de bijdrage voor Aquafin.

Daarnaast ging 10 % van de leefmilieu-uitgaven naar het thema ‘biodiversiteit’. Zo goed als alle kredieten van het Agentschap voor Natuur en Bos vallen hieronder. De middelen werden onder andere gebruikt voor de aankoop en het onderhoud van natuurgebieden.

Het thema ‘indirect’ was goed voor 7 % van de uitgaven. Deze uitgavenpost nam toe door de ontwikkeling van de milieuvergunningendatabank.

Het thema ‘bodemsanering’ was goed voor 6 % van de uitgaven. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) wendde deze middelen aan voor het zuiveren en terug bruikbaar maken van vervuilde gronden ten gevolge van industriële activiteiten.

Tot slot valt het ook op dat de middelen naar het thema ‘klimaat’ aanzienlijk toenamen. De oprichting van het klimaatfonds lag aan basis van deze toename.

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht